ECLI:NL:RBNHO:2023:3781
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering herstel auto na vermeende verkeerde reparatie door garagebedrijf
Eiser kocht een getunede Volvo en bracht deze meerdere keren ter reparatie bij gedaagde, een garagebedrijf. Eiser stelde dat een verkeerde reparatie in april 2020, waarbij geen rekening werd gehouden met tuningsoftware, heeft geleid tot verdere defecten aan de auto. Hij vorderde herstel van de auto en medewerking aan een deskundigenonderzoek. Gedaagde betwistte dit en stelde dat de defecten verband hielden met ouderdom en gebruik, en dat eiser openstaande facturen niet volledig had betaald.
De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat de vermeende verkeerde reparatie heeft geleid tot de defecten. De bewijslast lag bij eiser, die zijn stellingen onvoldoende onderbouwde met documenten of deskundigenverklaringen. Hierdoor werd de primaire en subsidiaire vordering afgewezen.
De tegenvordering van gedaagde tot betaling van openstaande facturen werd wel toegewezen. Eiser erkende deels niet te hebben betaald, maar stelde dat hij niet hoefde te betalen vanwege de vermeende verkeerde reparatie, wat werd verworpen. Ook de stelling dat hij contant had betaald werd onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter bevestigde dat gedaagde een retentierecht op de auto mocht uitoefenen totdat de openstaande bedragen waren voldaan. De proceskosten werden aan eiser opgelegd omdat hij grotendeels in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: De vordering van eiser tot herstel van de auto wordt afgewezen en de tegenvordering van gedaagde tot betaling van openstaande facturen wordt toegewezen.