De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de vader tot herstel van het gezag over zijn minderjarige kind, nadat het contact tussen hen was hersteld en het kind sinds november 2022 bij de vader woont. De vader neemt zijn ouderlijke rol serieus en hanteert een streng regime dat positief lijkt te werken, terwijl het kind ook contact onderhoudt met de moeder.
De gecertificeerde instelling (GI) gaf aan dat het kind een zelfbepalende puber is met gedragsproblemen en dat de korte samenwoning met de vader spanningen oplevert. De GI achtte het daarom te vroeg voor een gezagswijziging. De rechtbank overwoog dat hoewel alle partijen het eens zijn dat het kind op de juiste plek is, de situatie te pril is om het gezag aan de vader toe te wijzen.
De rechtbank wil de ontwikkeling van de gezinssituatie afwachten en een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming instellen om te beoordelen of het herstel van het gezag in het belang van het kind is en of de vader duurzaam de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding kan dragen. Tot die tijd blijft de GI bevoegd om in te grijpen indien nodig. De beslissing over het gezag wordt aangehouden tot uiterlijk 1 december 2023.