Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1]
[eiser 2]
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met KLM voor een vlucht van Amsterdam naar Edinburgh die werd geannuleerd. Zij werden omgeboekt via Helsinki, maar door vertraging misten zij de aansluitende vlucht en reisden uiteindelijk via Londen per trein naar Edinburgh. Eén koffer werd later thuisbezorgd.
De passagiers vorderden een schadevergoeding van €5.503,59, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. De kantonrechter onderzocht ambtshalve de internationale bevoegdheid. Voor het deel van de vordering gebaseerd op het Verdrag van Montreal verklaarde hij zich onbevoegd omdat de vervoerder in Finland gevestigd is en Edinburgh de plaats van bestemming was.
Voor het deel van €500,00 wegens vertraging op grond van Verordening 261/2004 oordeelde de kantonrechter dat de Nederlandse rechter bevoegd is en kende dit bedrag toe. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kantonrechter wijst €500 compensatie toe wegens vertraging en verklaart zich onbevoegd voor schadevergoeding op grond van het Verdrag van Montreal.