ECLI:NL:RBNHO:2023:4239

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
10 mei 2023
Zaaknummer
10218472 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens niet tonen rijbewijs wordt gegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet op eerste vordering tonen van een geldig rijbewijs. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 22 maart 2023 verschenen beide partijen. De kantonrechter overwoog dat uit het dossier niet blijkt dat er een expliciete vordering tot het tonen van het rijbewijs is gedaan, slechts een verzoek om een geldig rijbewijs of identiteitsbewijs. De officier van justitie had de gelegenheid gehad om een nadere toelichting te geven, maar heeft dat niet gedaan.

Gezien het ontbreken van bewijs dat de gedraging heeft plaatsgevonden, krijgt betrokkene het voordeel van de twijfel en wordt de boete ten onrechte opgelegd geacht. De beslissing van de officier van justitie en de beschikking tot boete worden vernietigd en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete wegens het niet tonen van het rijbewijs wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10218472 \ WM VERZ 22-945
CJIB-nummer : 245050893
Uitspraakdatum : 31 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: niet op eerste vordering behoorlijk het rijbewijs ter inzage afgeven.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Ten eerste overweegt de kantonrechter dat betrokkene voor klachten omtrent de handelwijze van de verbalisant bij de betreffende opsporingsinstantie een klacht kan indienen.
2.4.
Met betrekking tot de geconstateerde gedraging overweegt de kantonrechter als volgt. Uit het dossier volgt niet dat er een expliciete vordering is gedaan. In het aanvullend proces-verbaal is alleen aangegeven dat er is gevraagd om een geldig op naam gesteld rijbewijs of identiteitsbewijs. Het lag op de weg van de officier van justitie om naar aanleiding van het verweer hierover een toelichting bij de verbalisant op te vragen. De kantonrechter ziet nu geen reden om de officier van justitie nog in de gelegenheid te stellen een nader proces-verbaal te overleggen, omdat de officier die gelegenheid al voldoende heeft gehad. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Nu de gedraging niet vaststaat, is de boete ten onrechte opgelegd. Het beroep is daarom gegrond.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: