ECLI:NL:RBNHO:2023:4253
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partnerbijdrage wegens beëindiging onderhoudsverplichting door samenwoning
Partijen zijn gehuwd geweest en vervolgens gescheiden waarbij een tijdelijke partnerbijdrage van de man aan de vrouw was vastgesteld tot 1 maart 2022. De vrouw verzocht de rechtbank om een hogere partnerbijdrage vanaf 1 maart 2022 omdat de man niet had gereageerd op verzoeken om financiële stukken.
De man voerde verweer en stelde dat de vrouw niet voldoende haar behoefte had onderbouwd en dat zijn draagkracht lager was dan door de vrouw berekend. De rechtbank behandelde dit verzoek gelijktijdig met een gerelateerde zaak waarin is vastgesteld dat de onderhoudsverplichting van de man is geëindigd vanaf 4 april 2022 vanwege samenwoning van de vrouw met een ander als ware zij gehuwd.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was om de partnerbijdrage te verhogen vanaf 1 maart 2022 en wees het verzoek af. De wettelijke maatstaven van behoefte, behoeftigheid en draagkracht behoefden daardoor niet verder te worden besproken.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een hogere partnerbijdrage is afgewezen wegens beëindiging van de onderhoudsverplichting door samenwoning.