ECLI:NL:RBNHO:2023:4488

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 mei 2023
Publicatiedatum
12 mei 2023
Zaaknummer
C/15/338325 / KG ZA 23-168
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:386 BWArt. 1:349 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring curator wegens ontbreken machtiging kantonrechter

In deze kort geding procedure heeft Bonnerman en Partners B.V., handelend als curator van een natuurlijke persoon, een vordering ingesteld tegen de verblijvers in een onroerende zaak. De curator trad op zonder de wettelijk vereiste machtiging van de kantonrechter, zoals voorgeschreven in artikel 1:386 jo Pro. 1:349 BW.

De gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek tegen hen is verleend. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de curator niet-ontvankelijk is omdat de noodzakelijke machtiging ontbreekt. Hierdoor kon de vordering niet inhoudelijk worden beoordeeld.

De curator is veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten aan de zijde van de gedaagden nihil zijn vastgesteld. Het vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op 12 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Curator wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste machtiging van de kantonrechter.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338325 / KG ZA 23-168
Vonnis in kort geding van 12 mei 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BONNERMAN EN PARTNERS B.V, in de hoedanigheid van curator van
[A.], wonende te [woonplaats],
gevestigd te Naarden,
eiseres,
advocaat mr. Th.C. Visser te Rotterdam,
tegen
ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN,
te [woonplaats],
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de uitgebrachte dagvaarding van 4 mei 2023 met 7 producties (1-7)
  • de e-mail van 9 mei 2023 van [B.] met verzoek om de vordering af te wijzen, bericht van verhindering en overlegging productie (huurovereenkomst)
  • de e-mail van 11 mei 2023 van de griffie van deze rechtbank aan [B.] met de mededeling dat indien gedaagde niet ter zitting verschijnt geen acht kan worden geslagen op stukken die zijn gemaild en een verstekvonnis zal worden gewezen
  • de e-mail zijdens eiseres van 11 mei 2023 houdende akte aanvullende producties (8 en 9)
  • de e-mail van 11 mei 2023 van [B.] met een inhoudelijk reactie op de akte aanvullende producties
  • de e-mail van 11 mei 2023 zijdens eiseres met de mededeling dat het kort geding wat haar betreft doorgang vindt
  • de mondelinge behandeling van 12 mei 2023
  • het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:
  • [C.], bestuurder van eiseres
  • mr. Visser voornoemd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Voor de vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten wordt verwezen naar de dagvaarding met producties, die in afschrift aan het griffie-exemplaar van dit vonnis is gehecht.

3.De beoordeling

3.1.
Eiseres procedeert blijkens de uitgebrachte dagvaarding in hoedanigheid van curator van [A.].
3.2.
Op grond van artikel 1:386 jo Pro 1:349 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is voor een curator als eiser in rechte optreden machtiging van de kantonrechter nodig, bij gebreke waarvan de curator niet-ontvankelijk wordt verklaard. Desgevraagd is gebleken dat deze wettelijk vereiste machtiging van de kantonrechter (nog) niet is verkregen. Dat leidt ertoe dat eiseres niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.
3.3.
Eiseres (pro se en niet in hoedanigheid) zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu gedaagden echter niet in het geding zijn verschenen, zullen de kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op nihil.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verklaart eiseres niet-ontvankelijk in haar vordering,
4.2.
veroordeelt Bonnerman en Partners BV in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op € nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M.P. Langeveld op 12 mei 2023. [1]

Voetnoten

1.type: 936