Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Emmen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 27.754, gebaseerd op een gemiddelde van 4 referentievoertuigen, onder aftrek van een gangbare marge bij importvoertuigen. Omdat de handelswaarde minus gecalculeerde schade op een negatief bedrag uitkomt, heeft de taxateur de handelsinkoopwaarde vervolgens geschat op € 2.500.
Handelsinkoopwaarde -
€ 2.500-/-
Afschrijving (94,64%) € 44.099
Bruto BPM tarief 2017 € 8.311
Afschrijving 94,64% € 7.866
Verschuldigd € 445
Geschil11.In geschil is of verweerder de naheffingsaanslag terecht en op goede gronden heeft opgelegd. Bij een bevestigend antwoord op deze vraag staat de hoogte van de naheffingsaanslag niet ter beoordeling, nu partijen het erover eens zijn dat de waarde van de auto zonder de gestelde schade € 27.754 bedraagt.
Deze paragraaf luidt als volgt:
In haar aanvullende geschrift van 18 oktober 2020 heeft eiseres een beroep gedaan op het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1783). Op grond van de zogenaamde ‘bijstelling dealersituatie’ en de ‘bijstelling marktsituatie’ verdedigt zij daarom een afwaardering met 15%. Dit leidt volgens eiseres tot een vermindering van de naheffingsaanslag tot een bedrag van € 3.469.
€ 2.500. Aangezien de bezwaarfase, gelet op de datum van uitspraak op bezwaar, zijnde