Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 april 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
de Raad van Bestuur van het CIZ, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
voortdurendin de nabijheid is [1] . Dat daarvan sprake is bij verzoeker vindt in ieder geval geen steun in de medische stukken. Duidelijk is wel dat verzoeker een intensieve zorgbehoefte heeft, maar daarmee staat nog niet vast dat hij 24 uur per dag toezicht nodig heeft en niet alleen kan worden gelaten. De enkele stelling dat verzoeker voortdurend toezicht nodig heeft is hiertoe onvoldoende. De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker en zijn echtgenote dat persoonlijk anders ervaren en dat het voor hen heel moeilijk is, maar een medische onderbouwing waaruit duidelijk naar voren komt dat hij wel deze zorg nodig heeft ligt er niet. Hierbij overweegt de voorzieningenrechter dat uit de medische stukken niet kan worden opgemaakt dat verzoeker bij een hartritmestoornis onmiddellijk injecties nodig heeft om levensgevaar af te wenden. Bovendien heeft verzoeker in november 2022 een operatie ondergaan om die hartritmestoornissen (zo veel mogelijk) te voorkomen. De Wlz is zodanig strikt dat op grond daarvan (op dit moment) geen mogelijkheden bestaan.
Ook als we hebben vastgesteld dat er geen toegang is tot de Wlz, kan het CIZ op verzoek van (de vertegenwoordiger van) de cliënt contact opnemen met de gemeente of zorgverzekeraar”.
tot aan het momentdat deze een indicatie heeft voor zorg op grond van de (nieuwe) Wlz. Op dat moment is immers langs de weg van objectieve, in het wetsvoorstel Wlz op te nemen, criteria vastgesteld dat de beperkingen van dien aard zijn dat iemand recht op zorg en verblijf krijgt ten laste van de Wlz. Betrokkene is dan aangewezen op permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid [3] .