Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.In beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
bewezendat de verdachte de onder
1 en 2ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.290,53 (vijfduizend tweehonderdnegentig euro en drieënvijftig cent)bestaande uit € 290,53 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 oktober 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan [slachtoffer] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.290,53 (vijfduizend tweehonderdnegentig euro en drieënvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.