ECLI:NL:RBNHO:2023:4934
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op compensatie transitievergoeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst voor 1 juli 2015
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV waarin compensatie van betaalde transitievergoedingen aan twee langdurig arbeidsongeschikte werknemers werd geweigerd. De arbeidsovereenkomsten van de werknemers eindigden formeel per 1 juli 2015 volgens vaststellingsovereenkomsten, maar de rechtbank stelt vast dat deze in de praktijk op 30 juni 2015 eindigden.
De rechtbank toetst of verweerder terecht de compensatie heeft geweigerd. Volgens de wet is een transitievergoeding pas verschuldigd bij beëindiging van een dienstverband op of na 1 juli 2015. Omdat de arbeidsovereenkomsten feitelijk op 30 juni 2015 eindigden, bestaat geen recht op compensatie.
De rechtbank bespreekt de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 juni 2022, die stelt dat compensatie mogelijk is als het dienstverband op of na 1 juli 2015 eindigt, ook als de tweejaarstermijn vóór die datum is verstreken. Dit is hier niet van toepassing omdat de arbeidsovereenkomsten voor 1 juli 2015 zijn geëindigd.
Verder oordeelt de rechtbank dat de bestreden besluiten aanvankelijk onvoldoende gemotiveerd waren, maar dat de aanvullende motivering van verweerder voldoende is. Beroepen worden ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt wel vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat geen recht op compensatie van de transitievergoeding bestaat omdat de arbeidsovereenkomsten vóór 1 juli 2015 zijn geëindigd.