ECLI:NL:RBNHO:2023:4979

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
10325268 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor niet werkende linker remlicht

Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het besturen van een voertuig met een niet goed werkend linker remlicht. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 31 maart 2023 verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; de gemachtigde van betrokkene was afwezig. De kantonrechter nam kennis van het aanvullend proces-verbaal waarin de verbalisant op drie momenten constateerde dat het linker remlicht niet brandde tijdens het remmen, terwijl de andere remlichten wel functioneerden.

De kantonrechter oordeelde dat hiermee voldoende vaststond dat de overtreding had plaatsgevonden en dat de boete terecht was opgelegd. Er was geen aanleiding om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens een niet werkend linker remlicht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10325268 \ WM VERZ 23-74
CJIB-nummer : 246686645
Uitspraakdatum : 31 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (M. Lagas)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
1.4.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als best. van een voertuig rijden, terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende remlichten.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is het volgende vermeld:
“Ik zag dat het linker remlicht van voornoemd voertuig niet brandde op het moment dat de bestuurder met het voertuig remde. Ik zag dat het rechter en derde (middelste) remlicht bij remmen wel brandden. Bovenstaande constatering deed ik op een drietal momenten van de bestuurder.”
De verbalisant heeft op drie momenten geconstateerd, toen betrokkene met het voertuig remde, dat het linker remlicht niet brandde. De verbalisant heeft aldus geconstateerd dat betrokkene het feit pleegde op het moment dat hij reed als bestuurder terwijl het linker remlicht niet goed werkte. Daarna is betrokkene staande gehouden. Hiermee is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staat dat de gedraging is verricht. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.4.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: