ECLI:NL:RBNHO:2023:4991

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
10337193 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor overtreding geslotenverklaring ondanks informatieplichtverzuim

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 31 maart 2023, waarbij de gemachtigde van betrokkene niet aanwezig was.

De rechtbank constateerde dat de officier van justitie niet voldeed aan de informatieplicht zoals voorgeschreven in artikel 7:18 Awb Pro, omdat niet tijdig een op de zaak betrekking hebbende foto van de gedraging aan betrokkene werd verstrekt. Hierdoor werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd.

Desondanks oordeelde de rechtbank dat de boete terecht was opgelegd, omdat uit schouwrapporten en een foto in het dossier bleek dat het C-bord aanwezig was en betrokkene het bord had gepasseerd. De rechtbank zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De boete voor het overtreden van de geslotenverklaring wordt gehandhaafd ondanks vernietiging van de beslissing van de officier van justitie wegens niet-naleving van de informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10337193 \ WM VERZ 23-97
CJIB-nummer : 246100635
Uitspraakdatum : 31 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
1.4.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
De beoordeling van het verweer met betrekking tot de informatieplicht
Het is vaste rechtspraak van het hof dat de officier van justitie, op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de fase van het administratief beroep gehouden is op verzoek aan de indiener van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. In zaken als deze gaat het – in ieder geval – om het zaakoverzicht en (indien van toepassing) een foto van de gedraging.
De kantonrechter stelt vast dat de gemachtigde bij brief van 14 december 2021 verzocht heeft om een afschrift van het volledige dossier. Bij de hoorzitting heeft gemachtigde verzocht om de foto van de gedraging. Het betreft hier een op de zaak betrekking hebbend stuk. Bij de vaststelling van de gedraging kon daarover worden beschikt door de verbalisant die de boete heeft opgelegd. Gelet hierop had de officier van justitie de foto moeten verstrekken alvorens een beslissing te nemen. Dat de officier van justitie op dat moment niet over de foto beschikte, doet hier niet aan af. Een dergelijk stuk dient, gelet op artikel 7:18, tweede lid, van de Awb, door het bestuursorgaan dat de inleidende beschikking gegeven heeft, aan de officier van justitie ter beschikking te worden gesteld waarna de officier van justitie dit stuk op de voet van het vierde lid van dit artikel aan de betrokkene, die daarom verzoekt, dient toe te zenden. De officier van justitie heeft niet voldaan aan de informatieplicht.
Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd. Nu de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd, moet de kantonrechter beoordelen of de boete terecht is opgelegd.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter stelt vast dat aan de voorwaarden van de beleidsregels wordt voldaan. Op de foto’s die zich bij de stukken bevinden is weliswaar geen C-bord zichtbaar en evenmin dat het voertuig dat bord is gepasseerd, maar er zijn wel schouwrapporten overgelegd (op de zitting of bij de stukken). Uit die schouwrapporten blijkt dat door de verbalisant maandelijks een schouw is gedaan, vóór en na de datum van de gedraging(en), en dat is vastgesteld dat het C-bord aanwezig was, zowel vóór het begin van de geslotenverklaring als bij de ingang van de geslotenverklaring. Daaruit volgt ook dat het voertuig van betrokkene het C-bord is gepasseerd. Aan de hand van die schouwrapporten heeft de officier van justitie voldoende onderbouwd dat ten tijde van de gedragingen het C-bord was geplaatst en is gepasseerd. Dit wordt tevens ondersteund met een van de gedraging gemaakte foto, welke zich in het dossier bevindt.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd, wordt daarom ongegrond verklaard.
2.5.
Proceskosten
De kantonrechter zal het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. [1]
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:

Voetnoten

1.Vgl. uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:3336.