Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:4992

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
10337029 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor parkeren op gehandicaptenparkeerplaats wegens bijzondere omstandigheden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart. Betrokkene erkende de gedraging, maar stelde dat hij het verbodsbord niet had gezien vanwege het slechte weer en zijn onbekendheid met de locatie.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 31 maart 2023 werd het beroep behandeld en de kantonrechter oordeelde dat betrokkene zich had moeten vergewissen van de aanwezigheid van een bord, maar dat de bijzondere omstandigheden zoals het slechte weer en de leeftijd en onbekendheid van betrokkene met Hoorn aanleiding gaven tot matiging van de boete.

De boete werd gematigd tot €100, met handhaving van de administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: De boete voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats wordt gematigd tot €100 vanwege bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10337029 \ WM VERZ 23-86
CJIB-nummer : 247480997
Uitspraakdatum : 31 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2, De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehand.parkeerkaart.
2.2.Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
. De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
Betrokkene erkent de gedraging te hebben verricht, maar stelt het verbodsbord niet te hebben gezien. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene zich had moeten vergewissen of er een bord stond en dat de omstandigheid dat betrokkene dit heeft nagelaten, omdat hij snel naar binnen wilde, vanwege het slechte weer in beginsel voor risico van betrokkene dient te blijven.
De kantonrechter ziet echter in de (persoonlijke) omstandigheden van het geval aanleiding om de boete te matigen tot de hoogte van een boete voor verkeerd parkeren. Daarbij weegt mee dat er sprake was van bijzonder slecht weer die avond, waardoor betrokkene - die op leeftijd is en onbekend was in Hoorn - het bord niet direct heeft kunnen zien op het vrijwel geheel lege parkeerterrein. De boete wordt gematigd tot € 100,00 (met handhaving van de administratiekosten).
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 100,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: