De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 mei 2023 een beschikking gegeven over de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige jongen met een verstandelijke beperking. De minderjarige staat sinds 2020 onder toezicht van een gecertificeerde instelling en woont sinds december 2020 in een kleinschalige woonvoorziening. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar kon eerder onvoldoende zorg bieden vanwege eigen problematiek.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, nadat de eerdere maatregelen waren verlopen door een verzuim van de GI. De minderjarige verblijft in het weekend bij de moeder, die de afgelopen jaren grote stappen heeft gezet in haar draagkracht en opvoedvaardigheden. De GI en de Raad achten het noodzakelijk om de ondertoezichtstelling voort te zetten en de uithuisplaatsing te verlengen, met een tussentijdse toetsing.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor zes maanden, onder aanhouding van de overige zes maanden, zodat de situatie tussentijds kan worden geëvalueerd. De moeder en minderjarige hebben vertrouwen in de huidige jeugdbeschermer, die betrokken blijft bij het proces. Er zal onderzocht worden of de minderjarige meer bij de moeder kan verblijven en of terugplaatsing mogelijk is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld. De rechtbank benadrukt het belang van stabiliteit voor de minderjarige en een goede begeleiding van de moeder.