Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiseres1], in haar hoedanigheid van executeur testamentair en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van wijlen de heer [A.],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 25
- de aanvullende producties 26 t/m 28 van de zijde van [eiseres1] c.s.
- de mondelinge behandeling van 23 mei 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden
- de pleitnotities van mrs. Evers en Van Dekken namens [eiseres1] c.s.
- de spreekaantekeningen van mr. Schepel namens Phorcys.
- (mede) namens Wolsden en [eiseres3] Beheer: [eiseres1], mevrouw [B.], mevrouw [C.] en de heer [D.], bijgestaan door mr. Evers en Van Dekken voornoemd
- namens Phorcys: de heer [E.] en mevrouw [F.], bijgestaan door mr. Schepel voornoemd.
2.De zaak in het kort
3.Feiten
€ 32.193,00+
4.Het geschil
5.De beoordeling
Spoedeisend belang
Wolsden c.s. zullen het reeds aan IGVO betaalde bedrag kunnen verrekenen met een bedrag tot betaling waarvan het hof Wolsden c.s. thans zal veroordelen.’ Volgens Igvo heeft zij precies gedaan wat het hof heeft beschreven en staat in het arrest niet dat ook nog rente over dat te verrekenen bedrag verrekend zou kunnen of moeten worden. Ook is de stelling van Wolsden c.s. dat zij onverschuldigd hebben betaald onjuist. Wolsden c.s. zijn juist meer verschuldigd dan het bedrag waartoe het hof Arnhem-Leeuwarden hen oorspronkelijk toe had veroordeeld, aldus nog steeds Igvo.