Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring
- de incidentele conclusie van antwoord.
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
26 juli 2023voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak staat een geschil tussen twee vennoten van de voormalige vennootschap onder firma VKV Bouw Volendam centraal. Na het uittreden van de derde vennoot is de vof voortgezet door de twee overgebleven vennoten. Het geschil betreft de waarde en overdracht van de onverdeelde helft van het gemeenschappelijke bedrijfspand.
De gedaagde/eiser vordert in een incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart op grond van een arbitragebeding in artikel 15 van Pro de oprichtingsakte van de vof. Dit arbitragebeding bepaalt dat geschillen tussen vennoten via arbitrage moeten worden beslecht. De eiser/verweerder voert verweer dat dit beding geen ondubbelzinnige afstand van het recht op toegang tot de gewone rechter inhoudt.
De rechtbank overweegt dat het arbitragebeding is opgesteld voor drie vennoten waarbij geschillenbeslechting via handopsteking mogelijk is, maar dat dit met twee vennoten niet werkt. Het beding bevat geen regeling voor het geval van een gelijke stemverdeling. Bovendien leidt artikel 15 lid 3 slechts Pro een regeling voor kostenverdeling bij arbitrage in, maar geen nadrukkelijke keuze voor arbitrage die de toegang tot de rechter uitsluit.
De rechtbank concludeert dat de arbitrageovereenkomst niet ondubbelzinnig is en verklaart zich bevoegd de hoofdzaak te behandelen. De vordering tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen en de gedaagde/eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af.