De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds mei 2021 weer bij haar moeder woont. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk in 2019 opgelegd en meerdere malen verlengd. De GI onderbouwt het verzoek met het oog op de complexe gezinssituatie en eerdere plaatsingen van de minderjarige, hoewel er positieve signalen zijn over de opvoedvaardigheden van de moeder.
Tijdens de zitting, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren en de minderjarige zelf werd gehoord, bleek dat de moeder grote stappen heeft gezet in de samenwerking met hulpverlening en dat de minderjarige veerkrachtig is. De vader is niet betrokken vanwege een aangifte tegen hem. Er bestaat twijfel binnen het team van de GI over de veiligheid van de thuissituatie, mede door de situatie van andere kinderen in het gezin.
De kinderrechter constateert dat de moeder een veilige en stabiele omgeving biedt en dat de minderjarige het goed doet thuis en op school, ondanks enkele zorgen over het schoolniveau. De moeder krijgt het vertrouwen dat zij bij eventuele toekomstige zorgen contact zal opnemen met hulpverleners. Daarom wordt het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling afgewezen en loopt de maatregel af op 3 juni 2023.