Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
daderspoorbetreft. De verdachte heeft zelf geen aannemelijke verklaring gegeven voor de aanwezigheid van zijn celmateriaal op de tie-wrap, die zou kunnen leiden tot het oordeel dat het materiaal geen verband houdt met de overval. Een dergelijk alternatief scenario is de rechtbank bovendien ook anderszins niet aannemelijk geworden.
Voorts geldt dat de betrouwbaarheid van een herkenning voor een belangrijk deel is gelegen in de persoon die herkent. Wie iemand goed kent, heeft soms maar weinig visuele informatie nodig om hem of haar te herkennen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
32 (tweeëndertig) maanden.