Partijen, die een affectieve relatie hadden en samen een woning kochten, zijn uit elkaar gegaan. De man vordert dat de vrouw meewerkt aan een verlaging van de vraagprijs van hun gezamenlijke woning en verdere medewerking aan verkoop en levering. De vrouw verzet zich tegen verlaging van de vraagprijs en stelt dat de woning pas kort te koop staat en dat zij belang heeft bij een zo hoog mogelijke verkoopprijs.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw niet de verkoop tegenwerkt en dat het spoedeisend belang van de man voortvloeit uit de aard van de vordering. Hoewel de vrouw niet direct akkoord hoefde te gaan met verlaging na enkele maanden, staat de woning inmiddels bijna een half jaar te koop zonder serieuze koper. Daarom wordt de vrouw veroordeeld om uiterlijk 18 juli 2023 mee te werken aan een eenmalige verlaging van de vraagprijs naar €750.000,-.
De overige vorderingen, waaronder medewerking aan koopovereenkomst en levering, worden afgewezen omdat niet is gebleken dat de vrouw de verkoop tegenwerkt. De dwangsom wordt gematigd en beperkt tot een maximum van €15.000,-. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege de affectieve relatie tussen partijen.