ECLI:NL:RBNHO:2023:5703

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
21 juni 2023
Zaaknummer
10350792 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens onverzekerd en niet geschorst voertuig

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte verzekering voor een motorrijtuig op 23 augustus 2021. Betrokkene stelde dat het voertuig op die datum niet verzekerd was, maar een dag later, op 24 augustus 2021, is geschorst en dat het voertuig niet op de openbare weg heeft gereden. Tevens vond betrokkene de boete buitenproportioneel hoog.

De officier van justitie bevestigde dat het voertuig ten tijde van de controle onverzekerd en niet geschorst was, maar gaf aan dat het voertuig één dag na de controle is geschorst. Op de zitting stelde de officier van justitie voor om de boete te matigen tot de helft van het oorspronkelijke bedrag.

De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd omdat het voertuig op de datum van constatering onverzekerd en niet geschorst was. Gezien het feit dat het voertuig direct na constatering is geschorst en dit nog vóór ontvangst van de boete, en dat het voertuig niet op de openbare weg is geweest, achtte de kantonrechter matiging van de boete op zijn plaats. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot € 200, met handhaving van de administratiekosten.

De kantonrechter bepaalde tevens dat het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling aan betrokkene moet worden terugbetaald. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de uitspraak.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 200,00 met handhaving van de administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10350792 \ WM VERZ 23-102
CJIB-nummer : 244686308
Uitspraakdatum : 5 april 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat het voertuig na ontvangst van de brief van de RDW is geschorst. Dit was op 24 augustus 2021, terwijl de gedraging op 23 augustus 2021 is geconstateerd. Ook voert betrokkene aan dat het voertuig niet kan rijden en dat de boete buitenproportioneel hoog is.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie geeft aan dat de gedraging kan worden vastgesteld, omdat het voertuig ten tijde van de registercontrole niet verzekerd was en ook niet geschorst. Uit de stukken blijkt wel dat het voertuig 1 dag na de registercontrole is geschorst. Aan de kantonrechter wordt verzocht om de boete te matigen tot de helft.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De kantonrechter overweegt dat de boete terecht is opgelegd omdat het voertuig op de genoemde datum onverzekerd was en evenmin geschorst bij de RDW. Er is echter aanleiding om de boete, zoals ook ter zitting is voorgesteld door de vertegenwoordiger van de officier van justitie, te matigen tot € 200,00 (met handhaving van de administratiekosten). Het is, gelet op de stukken in het dossier, voldoende aannemelijk dat betrokkene direct actie heeft ondernomen. De kantonrechter stelt namelijk vast dat het voertuig 1 dag na de constatering van de gedraging is geschorst en dat dit nog voor de ontvangst van de boete was. Voorts is voldoende aannemelijk dat het voertuig niet op de openbare weg is geweest.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 200,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: