ECLI:NL:RBNHO:2023:5704

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
21 juni 2023
Zaaknummer
10350818 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van boete wegens geslotenverklaring na onmogelijkheid keren

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Hij stelde dat er een opstopping was bij een parkeergarage, waardoor hij niet kon keren of achteruitrijden. Daarom besloot hij door de geslotenverklaring te rijden en direct daarna te keren.

Op de zitting heeft betrokkene zijn situatie toegelicht met foto’s die de omstandigheden bevestigen. De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat, maar dat de omstandigheden een matiging van de boete rechtvaardigen.

De boete werd daarom gematigd tot €50, met handhaving van de administratiekosten. Tevens werd bepaald dat het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €50,00 met handhaving van administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10350818 \ WM VERZ 23-103
CJIB-nummer : 246290304
Uitspraakdatum : 19 april 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 april 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er een opstopping was voor de parkeergarage. Betrokkene kon met zijn voertuig niet meer keren of achteruit rijden. Betrokkene heeft toen besloten om rechtdoor te rijden en direct na de geslotenverklaring te keren. Ter zitting heeft betrokkene zijn verweer nader toegelicht en aan de hand van foto’s de situatie ten tijde van de gedraging uitgelegd.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting de foto van de gedraging overgelegd. Daarnaast blijft het standpunt van de officier van justitie gehandhaafd en wordt aan de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De gedraging kan naar het oordeel van de kantonrechter op basis van de ter zitting door de vertegenwoordiger van officier van justitie overgelegde foto worden vastgesteld. Het is verboden om zonder ontheffing buiten de inrijtijden de geslotenverklaring in te rijden.
2.5.
De beoordeling van het beroep op de omstandigheden
De kantonrechter heeft in dit geval aanleiding om de boete te matigen tot € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten). Aan de hand van foto’s heeft betrokkene namelijk de situatie nader toegelicht. Hiermee heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat hij met zijn voertuig op dat moment geen andere kant op kon en daarom in redelijkheid heeft kunnen besluiten om via de geslotenverklaring te keren. Deze omstandigheden maken dat een matiging van de boete op zijn plaats is. Het beroep is daarom gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: