Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld, eerst bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar de gemachtigde van betrokkene verscheen niet. De kantonrechter heeft de zaak beoordeeld aan de hand van de verklaring van de verbalisant, die heeft vastgesteld dat betrokkene met de linkerhand een mobiel apparaat ter hoogte van het oor vasthield tijdens het rijden, ondanks het ontbreken van een staandehouding.
De kantonrechter oordeelt dat de verklaring van de verbalisant voldoende duidelijk en uitgebreid is en dat het verbod in artikel 61a RVV 1990 absoluut is geformuleerd, waardoor geen ruimte bestaat voor uitzonderingen. De stelling van betrokkene dat geen mobiel werd vastgehouden wordt verworpen. De boete wordt terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Tevens wijst de kantonrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.