Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[woonplaats].
Rechtbank Noord-Holland
De enige erfgenaam heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard en verzocht om opheffing van de vereffening wegens een negatief saldo en het ontbreken van middelen om verdere kosten te dragen. Uit de boedelbeschrijving blijkt een negatief saldo van €50.301,35, maar de bezittingen omvatten een woonwagen met grond ter waarde van €66.000,- en een banksaldo van €1.294,07.
De schulden bestaan uit hypothecaire leningen, belastingschulden, heffingskosten en een restschuldlening, die gezamenlijk hoger zijn dan de baten. De Rabobank, als separatist, kan haar rechten uitoefenen alsof er geen wettelijke vereffening is, maar wenst dit niet te doen. Hierdoor rust de taak op de erfgenaam/vereffenaar om de onroerende zaak te verkopen om schuldeisers te voldoen.
De kosten verbonden aan de verkoop van de onroerende zaak worden als vereffeningskosten beschouwd en hebben voorrang boven andere schulden. De kantonrechter concludeert dat er wel middelen zijn om de vereffening voort te zetten en wijst het verzoek tot opheffing af. Tevens wordt het verzoek tot vaststelling van reeds gemaakte vereffeningskosten afgewezen, met een opmerking over redelijkheid van vergoeding voor pre-vereffeningskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de vereffening wordt afgewezen omdat er voldoende baten zijn om de kosten van verdere vereffening te dragen.