Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
in aanmerking nemende dat:
bijlage 1bij deze overeenkomst gevoegde werkschema (gezamenlijk de “Werkzaamheden”), voor welke Werkzaamheden de Werkgever tot op heden regulier derden inschakelt;
ra (het cumulatieve bedrag van de evenbedoelde waarde van de tijd (uren) hierna te noemen: de "Schuld"). Partijen zullen de evenbedoelde tijd (uren) en de daaraan toe te rekenen waarde - en daarmee de stand op enig moment van de Schuld - nauwkeurig administreren, een en ander op de voet het hierna in Artikel 2, lid 2 hierna bepaalde.
€ 9.985
bijlage 2– aan alle voorwaarden daarvoor voldaan. Ik attendeer er nog op, dat niet de in mijn aangifte IB/PVV 2019 vermelde Eur 35.332, doch Eur 25.736 als negatief loon heeft te gelden; op dit punt heb ik mijn aangifte bij mijn brief van 20 november 2020 (zie
bijlage 2) reeds gecorrigeerd.”
Geschil11. In geschil is of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd, waarbij meer specifiek in geschil of en in hoeverre de betalingen die eiser in 2019 heeft gedaan aan zijn broer moeten worden aangemerkt als negatief loon.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.