Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat. De rechtbank is daarbij, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het bezit van het onder feit 5 ten laste gelegde kinderpornografisch videomateriaal dat in het dossier wordt aangeduid met de bestandsnaam VID_ [nummer 1] .mp4 en van het vervaardigen van kinderporno.
te weten(pikante naaktfoto(‘s) en/of –video(‘s)),
nadat hij de toegang tot de snapchataccounts van deze slachtoffers had overgenomen en deze accounts daarmee ontoegankelijk voor hen had gemaakt
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 10 mei 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld;
- de over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapporten van september 2020, 16 juni 2022 en 25 mei 2023;
- de over de verdachte uitgebrachte psychologische rapporten van 4 augustus 2020 en 19 maart 2023 opgesteld door drs. W. Groen, GZ-psycholoog.
.De reclassering onderschrijft deze ontwikkelingen en adviseert het opleggen van een taakstraf zonder bijzondere voorwaarden.
7.Vorderingen benadeelde partijen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 55, 57, 138ab, 240b, 284, 317, 318 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9.Beslissing
44 [vierenveertig] dagen.
6 [zes] maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 [tweehonderdveertig] urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 [honderdtwintig] dagen hechtenis.
[aangever 16] , [aangever 4] , [aangever 15] , [aangever 26] , [aangever 17] , [aangever 14] , [aangever 24] , [aangever 29] , [aangever 12] , [aangever 22] , [aangever 5] , [aangever 19] , [aangever 3] en [aangever 10]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.500, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan elk van benadeelde partijen voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.