ECLI:NL:RBNHO:2023:6084
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van medeplegen invoer en voorbereiding 320 kilo cocaïne via Schiphol
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het binnenbrengen van 320 kilogram cocaïne op 24 mei 2021 via Schiphol en van de strafbare voorbereiding en/of bevordering daarvan in de periode van 20 januari tot en met 24 mei 2021.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van deze feiten, terwijl de verdediging integrale vrijspraak bepleitte. Uit het dossier en de zittingen bleek dat verdachte contact had met medeverdachten en op de dag van de invoer werd geobserveerd nabij Schiphol, maar er ontbrak specifiek bewijs dat hij daadwerkelijk betrokken was bij de invoer of het verdere vervoer van de cocaïne.
De rechtbank oordeelde dat de tapgesprekken en observaties onvoldoende concreet waren om de rol van verdachte met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen. De vermeende aanwijzingen konden ook anders worden uitgelegd en er was geen bewijs dat verdachte het telefoonnummer gebruikte dat in de gesprekken als “taxi” werd aangeduid.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De rechtbank concludeerde dat het bewijs ontoereikend was om schuld aan te nemen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen invoer en voorbereiding van 320 kilo cocaïne wegens onvoldoende bewijs.