ECLI:NL:RBNHO:2023:6116
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging beschikking verhuizing minderjarige
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de schorsing van de tenuitvoerlegging van een beschikking van 1 februari 2023, waarin gedaagde uitvoerbaar bij voorraad toestemming kreeg om met de minderjarige te verhuizen naar een andere woonplaats en hem daar naar school te laten gaan. Eiser is tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan, maar de beschikking is voorlopig uitvoerbaar verklaard.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vordering alleen kan worden toegewezen indien sprake is van een spoedeisend belang. Dit belang is aanwezig vanwege de geplande behandeling bij het Hof Amsterdam op 7 april 2023. Vervolgens wordt het uitgangspunt besproken dat een veroordeling uitvoerbaar moet zijn zolang het hoger beroep loopt, tenzij zwaarwegende belangen van de veroordeelde spreken.
De belangen van de minderjarige staan centraal. De rechter weegt de voor- en nadelen van tenuitvoerlegging en schorsing af. Tenuitvoerlegging kan leiden tot een schoolwissel indien het hof anders beslist, maar biedt de mogelijkheid tot vestiging en sociale contacten in de nieuwe woonplaats. Schorsing handhaaft de huidige situatie maar brengt reistijd en belasting voor het kind met zich mee. Ook verblijf bij grootouders wordt als belastend gezien.
De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van de minderjarige zwaarder weegt bij uitvoering van de beschikking. Daarom wordt de vordering afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beschikking wordt afgewezen.