AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing tweede verzoek tot conservatoir beslag wegens schending artikel 21 Rv
Verzoekers hebben aanvankelijk verlof gekregen voor het leggen van conservatoire beslagen. Verweerder startte daarop een kort geding tot opheffing van deze beslagen. Verzoekers dienden vervolgens een nieuw verzoek in tot het leggen van conservatoir beslag zonder melding te maken van het opheffingsgeding. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit een ernstige schending van artikel 21 RvPro vormt, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Verzoekers probeerden opnieuw een verzoek in te dienen met een nieuwe onderbouwing, waarbij zij stelden dat de eerdere procedure was beëindigd en dat er een nieuwe situatie was ontstaan door beslaglegging door een andere schuldeiser. De voorzieningenrechter stelde echter vast dat de eerdere schending van artikel 21 RvPro niet hersteld kan worden, ook niet door een nieuw verzoek bij dezelfde instantie.
De beslissing is gebaseerd op de jurisprudentie dat de waarheidsplicht strikt geldt en dat het achterhouden van relevante informatie niet zonder sanctie kan blijven. Het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag is daarom opnieuw afgewezen.
Uitkomst: Het tweede verzoek tot het leggen van conservatoir beslag wordt afgewezen wegens schending van artikel 21 Rv.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/339610 / KG RK 23-354
Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 mei 2023
in de zaak van
1.[verzoeker],
handelend onder de naam S-Line Express,
wonende te Amsterdam, 2. [verzoeker],
handelend onder de naam MAH Klussenbedrijf,
wonende te Amsterdam, 3. [verzoeker],
handelend onder de naam A-Bezorg,
wonende te Amsterdam,
verzoekers,
advocaat: mr. K.T. Ghaffari te Nijmegen,
tegen
[verweerder],
Handelend onder de naam ASD Koeriersbedrijf,
wonende te Stompetoren,
verweerder.
1.De procedure
1.1.
Verzoekers hebben bij verzoekschrift van dinsdag 21 maart 2023 aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, verlof verzocht om verschillende conservatoire beslagen te mogen leggen. Dit verzoek is toegewezen bij verlof van 22 maart 2023.
Daarna hebben verzoekers conservatoire beslagen ten laste van verweerder gelegd.
1.2.
Verweerder heeft in een dagvaarding in kort geding opheffing van de gelegde beslagen gevorderd.
Verzoekers hebben in een volgend verzoekschrift van 15 mei 2023 tot het opnieuw mogen leggen van conservatoir beslag geen melding gemaakt van het inmiddels door verweerder opgestarte opheffingsgeding. De voorzieningenrechter was van oordeel dat dit een zo ernstige schending van artikel 21 RvPro betreft, dat daarvan alleen een afwijzing van het verzoek het gevolg kan zijn. Het verzoek van 15 mei 2023 is daarom afgewezen.
1.3.
Verzoekers hebben bij verzoekschrift van 16 mei 2023 opnieuw verzocht om opnieuw conservatoir beslag te mogen leggen ten laste van verweerder. Als onderbouwing van deze nieuwe poging voeren zij daartoe het volgende aan.
“Bij beschikking van 16 mei 2023 wijst de Voorzieningenrechter dit nieuwe verzoek af. De Voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers artikel 21 RvPro hebben geschonden door in hun verzoekschrift van 15 mei 2023 geen melding te maken van de "lopende procedure" zoals het opheffingskortgeding van 16 mei 2023 te 15:30 uur. Bovendien zag dit opheffingskortgeding op dezelfde beslagen als waarvoor nu -voor een hoger bedrag- opnieuw verlof wordt gevraagd, aldus de Voorzieningenrechter.
Op dit moment is geen sprake (meer) van "lopende procedures" bij deze of een andere rechtbank en/of gelegde beslagen. Het eerder gelegde conservatoir beslag op de onroerende zaak is opgeheven waarna het opheffingskortgeding door gerekwestreerde is ingetrokken. Volledigheidshalve melden verzoekers dat door een andere schuldeiser van gerekwestreerde op 11 mei 2023 beslag is gelegd op de onroerende zaak van gerekwestreerde.
Het voorgaande maakt dat verzoekers thans met een nieuwe situatie te maken hebben en dienen daarom dit nieuwe verzoek in tot het leggen van conservatoir beslag.Evident is immers dat verzoekers onverkort belang hebben bij verlening van een nieuw verlof -ditmaal voor een hoger bedrag- tot conservatoir beslaglegging.”
2.De gronden
2.1.
De voorzieningenrechter komt opnieuw tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen, en wel op grond van het volgende.
2.2.
Artikel 21 RvPro is in 2002 ingevoerd als uitvloeisel van een al langer bestaande ontwikkeling waarin van procespartijen wordt verlangd dat zij zich (in elk stadium van de procedure) onthouden van onwaarheid en onvolledigheid. Uit de rechtspraak volgt dat een schending van de verplichting van artikel 21 RvPro niet in hoger beroep kan worden hersteld. De herstelfunctie van het hoger beroep gaat niet zover dat een partij, die in eerste aanleg weloverwogen en doelbewust relevante informatie achterhoudt, de gelegenheid zou moeten krijgen om na ontdekking daarvan haar verzoek op dat punt aan te passen. Een andersluidend oordeel zou ertoe leiden dat een partij in feite risicoloos, zonder enige belemmering of sanctie haar waarheidsplicht zou kunnen schenden en ook ongestraft de rechter op het verkeerde been zou mogen zetten. [1]
2.3.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geldt het voorgaande ook voor een hernieuwde poging van hetzelfde verzoek bij dezelfdeinstantie (in dit geval de voorzieningenrechter). Het feit dat in deze zaak inmiddels geen sprake meer is van een “lopende procedure”, maakt niet dat daarmee de eerdere schending van artikel 21 RvPro niet meer aan de orde is.
Daarom wordt opnieuw als volgt beslist.
3.De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, op 22 mei 2023 [2]