In deze civiele zaak verzoekt een horecaonderneming de vernietiging van een verstekvonnis waarin zij werd veroordeeld tot betaling van openstaande facturen voor verbouwings- en schilderwerkzaamheden. De kantonrechter wijst dit verzoek grotendeels af, met uitzondering van het bedrag voor schilderwerk.
De feiten zijn dat de gedaagde partij werkzaamheden en goederen leverde in een door de horecaonderneming gehuurd pand, waarvoor een bedrag van € 32.121,89 werd gefactureerd. Hiervan is € 29.312,00 betaald. Er ontstond discussie over een openstaand bedrag van € 2.809,89. Ook was onenigheid over een factuur voor schilderwerk van € 2.044,90, waarvan € 1.690,00 via WhatsApp was overeengekomen en betaald.
De horecaonderneming stelde dat de werkzaamheden niet volledig waren afgerond en dat zij niet de juiste contractspartij was. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde partij terecht de horecaonderneming als opdrachtgever beschouwde, dat het werk grotendeels was uitgevoerd en dat de horecaonderneming het resterende bedrag moest betalen. Voor het schilderwerk werd vastgesteld dat het overeengekomen bedrag inclusief btw was betaald, zodat dat deel van de vordering werd afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde de horecaonderneming tot betaling van € 3.215,78 plus wettelijke rente en proceskosten, en verklaarde het verzet gedeeltelijk gegrond. Het verstekvonnis werd vernietigd voor zover het het schilderwerk betrof.