ECLI:NL:RBNHO:2023:6355

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
C/15/332570 / HA RK 22-162
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:14 BWArt. 2:15 BWArt. 5:111 BWArt. 5:124 BWArt. 5:129 BW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging VVE-besluiten wegens niet-oproeping appartementseigenaar

De stichting verzoekster was eigenaar van een appartementsrecht en lid van de vereniging van eigenaars (VVE). Zij werd niet uitgenodigd voor meerdere vergaderingen waarin besluiten werden genomen over de verhoging van de VVE-bijdragen. Volgens het Splitsingsreglement moesten eigenaren tijdig en correct worden opgeroepen.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot nietigverklaring niet-ontvankelijk was omdat dit via dagvaardingsprocedure moet, maar dat vernietiging van de besluiten wel mogelijk is via verzoekschrift. De verzoekster had tijdig kennis genomen van de besluiten en was ontvankelijk.

De VVE erkende dat verzoekster sinds 2017 niet was opgeroepen, maar gaf onvoldoende reden voor uitsluiting. De rechtbank vernietigde de besluiten van 27 mei 2020 en 25 november 2020 tot verhoging van de VVE-bijdrage en andere besluiten die ten grondslag liggen aan de vordering in de bodemzaak. Het besluit van 19 augustus 2022 tot machtiging van het bestuur werd niet vernietigd omdat verzoekster toen geen eigenaar meer was.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verzoekster vroeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot verhoging van de VVE-bijdragen wegens niet-oproeping van verzoekster.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rekestnummer: C/15/332570 / HA RK 22-162
Beschikking van 12 juli 2023
in de zaak van
de stichting
[verzoekster],
gevestigd te [plaats],
verzoekster,
advocaat mr. J.M. Heikens te Arnhem,
tegen
de vereniging
[verweerster],
gevestigd te [plaats],
verweerster,
advocaat mr. B.P. van Overeem te Amsterdam.
Partijen zullen hierna “[verzoekster]” en “de [verweerster]” worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het bij de kantonrechter ingediende verzoekschrift met producties
  • de beschikking van de kantonrechter van 5 oktober 2022 waarin de zaak is verwezen naar de rekestenkamer van de rechtbank
  • het verweerschrift
  • de mondelinge behandeling van 23 april 2023, waarbij [verzoekster] gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
  • de brief van mr. Heikens van 26 april 2023 met als bijlagen gegevens ten behoeve van de oproeping van de overige stemgerechtigden.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 april 2023 is het verzoek gelijktijdig behandeld met de aan deze verzoekschriftprocedure gelieerde bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank vastgesteld dat ten onrechte niet alle stemgerechtigden waren opgeroepen om op het verzoek te worden gehoord. Na de inhoudelijke bespreking van het verzoekschrift met de aanwezige partijen is de mondelinge behandeling vervolgens aangehouden om de niet-opgeroepen stemgerechtigden alsnog op te roepen. Bij brief van 3 mei 2023 heeft de rechtbank de overige stemgerechtigden in kennis gesteld van het verzoekschrift van [verzoekster] en hen verzocht binnen twee weken te laten weten of zij – naast [verweerster] – zelf verweer willen voeren tegen het verzoek, in welk geval opnieuw een hoorzitting zal worden gepland. In de brief is tevens vermeld dat als de rechtbank geen reactie van de stemgerechtigden ontvangt zonder nadere zitting een beschikking zal worden gegeven. De rechtbank heeft geen reacties ontvangen van de overige stemgerechtigden.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster] was eigenaar van het appartementsrecht bestaande uit 18/40e onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het complex met woningen, werkplaats, zolderruimten, berging en tuin en verdere toebehoren, gelegen aan het [adres 1] 40, 42I, II en III, 44 zwart en 44 rood en [adres 2] 23 zwart en 23 rood te [plaats]. Het appartementsrecht van [verzoekster] betrof het pand aan de [adres 2] 23 zwart en rood dat door de [verzoekster] werd gebruikt als clubhuis (hierna: te noemen “het pand aan de [adres 2] 23”).
2.2.
Als appartementseigenaar was [verzoekster] van rechtswege lid van de vereniging van eigenaars het [adres 1] 40, 42I, II en III, 44 zwart en 44 rood en [adres 2] 23 zwart en 23 rood te [plaats].
2.3.
In de akte van splitsing is het Modelreglement van splitsing van eigendom d.d. februari 1973 (hierna: “het Splitsingsreglement”) van toepassing verklaard. De volgende artikelen van dat reglement zijn in deze zaak van belang:

II Vergadering van eigenaars
Artikel 32
1. De vergadering van eigenaars worden gehouden op een door de vergadering te bepalen plaats.
(…)
6. (…) De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van ten minste acht vrije dagen en wordt verzonden naar de werkelijke of, in overeenstemming met artikel 15 Boek Pro 1 van het Burgerlijk Wetboek, gekozen woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de punten der agenda alsmede de plaats van de vergadering.
(…)
III Het Bestuur van de vereniging
Artikel 40.”
1. Het bestuur van de vereniging berust bij de administrateur (…)
(…)
4. Hij behoeft de machtiging van de vergadering voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen (…). Hij behoeft geen machtiging om verweer te voeren in een kort geding. (…).”
2.4.
Tijdens de vergadering van eigenaars van 27 mei 2020 is met meerderheid van stemmen het besluit genomen om de maandelijkse VVE-bijdrage te verhogen naar € 150,-. Tijdens de vergadering van eigenaars van 25 november 2020 is met meerderheid van stemmen besloten om de bijdrage verder te verhogen naar € 200,- oftewel € 50 per 1/40 aandeel. Tijdens de vergadering van eigenaars van 19 augustus 2022 is door de eigenaars ingestemd met de door mr. Van Overeem voorgestelde aanpak aangaande [adres 2] 23.
2.5.
[verzoekster] is niet opgeroepen voor de hiervoor in 2.4 genoemde vergaderingen van eigenaars en ook niet voor eerdere vergaderingen waarin besluiten zijn genomen over de (hoogte van de) VVE-bijdrage. [verzoekster] was bij die vergaderingen ook niet aanwezig.
2.6.
Bij arrest van 10 maart 2021 heeft het gerechtshof Amsterdam de verbeurdverklaring uitgesproken ten aanzien van het clubhuis van de [verzoekster] aan de [adres 2] 23 te [plaats]. De Hoge Raad heeft het daartegen ingestelde cassatieberoep bij arrest van 5 juli 2022 verworpen. De Staat (het Rijksvastgoedbedrijf) is per 12 december 2022 in het Kadaster geregistreerd als eigenaar van het appartementsrecht [adres 2] 23 zwart en rood.
2.7.
In de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261 vordert [verweerster] betaling door [verzoekster] van € 57.600,- aan achterstallige VVE-bijdragen, te vermeerderen met € 900,- voor iedere maand dat [verzoekster] eigenaar is van het appartementsrecht [adres 2] 23. In reconventie vordert [verzoekster] onder meer voor recht te verklaren dat de besluiten van [verweerster] nietig zijn althans deze te vernietigen.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekster] verzoekt om de besluiten van de vergadering van eigenaars met betrekking tot vaststelling van de VVE-bijdragen die kennelijk ten grondslag liggen aan de vordering van [verweerster] in de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261 en het besluit van de vergadering van eigenaars tot machtiging van het bestuur om een rechtsvordering tegen [verzoekster] in te stellen nietig te verklaren dan wel te vernietigen.
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 april 2023 heeft [verzoekster] toegelicht dat het in ieder geval gaat om de besluiten die zijn genomen tijdens de vergaderingen van eigenaars op 16 januari 2020, 27 mei 2020, 25 november 2020, 4 oktober 2021 en 19 augustus 2022.
3.3.
Als grond voor de nietigverklaring dan wel de vernietiging van de besluiten voert [verzoekster] aan dat zij niet is opgeroepen voor de vergaderingen waarop de betreffende besluiten zijn genomen. Dat had volgens artikel 32 lid 6 van Pro het Splitsingsreglement wel gemoeten, zodat niet is voldaan aan de statutaire voorschriften.

4.De beoordeling

Nietigverklaring besluiten

4.1.
De rechtbank overweegt dat het nietig verklaren van een besluit van een vereniging van eigenaars niet kan worden verzocht bij verzoekschrift, maar moet worden gevorderd in een dagvaardingsprocedure. De rechtbank zal het verzoek tot nietigverklaring echter niet verwijzen naar een dagvaardingsprocedure, omdat [stichting] [verzoekster] die vordering al heeft ingesteld in reconventie in de gelieerde bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261. [verzoekster] zal in deze procedure daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek tot nietigverklaring.
Vernietiging besluiten
4.2.
Anders dan geldt voor nietigverklaring, moet vernietiging van besluiten van een vergadering van eigenaars juist wel in een verzoekschriftprocedure worden verzocht. In dat verzoek is [verzoekster] dus ontvankelijk.
4.3.
Artikel 5:130 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een verzoek tot vernietiging van een besluit moet worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen. De rechtbank stelt vast dat deze vervaltermijn niet is verstreken, omdat gebleken is dat [verzoekster] tot deze procedure en de daarmee samenhangende bodemzaak niet bekend was met de gehouden vergaderingen van de [verweerster] en de daar genomen besluiten. Pas tijdens deze procedures zijn door [verweerster] notulen van enkele vergaderingen overgelegd en is [verzoekster] bekend geraakt met de in die notulen vermelde besluiten. Het verzoek tot vernietiging van de besluiten is dus tijdig door [verzoekster] gedaan.
4.4.
Op grond van artikel 5:124 lid 2 BW Pro zijn de artikelen 2:14 en 2:15 BW over nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten ook van toepassing op verenigingen van eigenaars. In artikel 5:129 BW Pro wordt dat genuanceerd. In het eerste lid is bepaald dat voor de toepassing van artikel 2:14 lid 2 BW Pro de akte van splitsing wordt gelijkgesteld met de statuten. Om misverstanden te voorkomen met betrekking tot de vermelding van het woord ‘reglement’ in artikel 2:15 lid 1 aanhef Pro en onder c BW bepaalt artikel 5:129 lid 2 BW Pro dat het splitsingsreglement niet geldt als een reglement als bedoeld in art. 2:15 lid 1 aanhef Pro en onder c BW, omdat het splitsingsreglement op grond van artikel 5:111 aanhef Pro en onder d BW deel uitmaakt van de akte van splitsing. Bepalingen in splitsingsakten en -reglementen betreffende oproeping tot vergaderingen vallen onder statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen als bedoeld in artikel 2:15 lid 1 aanhef Pro en onder a BW. Besluiten die in strijd met dergelijke bepalingen zijn genomen zijn dus niet nietig, maar vernietigbaar.
4.5.
[verweerster] heeft ter zitting erkend dat [verzoekster] in ieder geval vanaf 2017 niet is opgeroepen voor de vergaderingen van eigenaars. Als verklaring daarvoor heeft [verweerster] aangegeven dat het clubhuis aan de [adres 2] 23 op last van de burgemeester van [plaats] was gesloten en dat de overige eigenaren vanwege berichtgeving in de media bevreesd waren om [verzoekster] uit te nodigen voor vergaderingen. Dat is echter onvoldoende reden om [verzoekster] zonder meer uit te sluiten van vergaderingen. Als eigenaar en dus lid van [verweerster] had [verzoekster] voor de vergaderingen van eigenaars moeten worden opgeroepen. Nu dat niet is gebeurd, is in strijd gehandeld met artikel 32 lid 6 van Pro het Splitsingsreglement en dus is sprake van strijd met een statutaire bepaling die het tot stand komen van besluiten regelt als bedoeld in artikel 2:15 lid 1 aanhef Pro en onder a BW. De op de betreffende vergaderingen genomen besluiten zijn dus vernietigbaar.
4.6.
Uit de (in de gelieerde bodemzaak) overgelegde notulen blijkt dat in ieder geval op 16 januari 2020, 27 mei 2020, 25 november 2020, 4 oktober 2021 en 19 augustus 2022 vergaderingen van eigenaars hebben plaatsgevonden en dat tijdens de vergaderingen van 27 mei 2020 en 25 november 2020 besluiten zijn genomen tot verhoging van de VVE-bijdrage. Nu [verzoekster] in strijd met artikel 32 lid 6 van Pro het Splitsingsreglement voor die vergaderingen niet is opgeroepen en zij bij naleving van de in dat artikel opgenomen niet-nageleefde verplichting belang had, zal de rechtbank de op die vergaderingen genomen besluiten tot vaststelling van de VVE-bijdrage vernietigen.
4.7.
Uit de notulen blijkt dat tijdens de vergaderingen van eigenaars van 16 januari 2020 geen besluiten zijn genomen. De overige tijdens de vergaderingen van 27 mei 2020, 25 november 2020 en 4 oktober 2021 genomen besluiten zien niet op verhoging van de VVE-bijdrage. Die besluiten zullen niet worden vernietigd, omdat [verzoekster] daar niet (eenduidig) om heeft verzocht.
4.8.
[verzoekster] verzoekt om alle besluiten van de vergadering van eigenaars met betrekking tot vaststelling van de VVE-bijdragen die kennelijk ten grondslag liggen aan de vordering van [verweerster] in de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261 te vernietigen. [verweerster] heeft geen notulen overgelegd van de vergaderingen van eigenaars die zijn gehouden voor 16 januari 2020, zodat niet bekend is welke besluiten er voor die datum door de vergadering van eigenaars zijn genomen. Uit het feit dat op 27 mei 2020 is besloten om de VVE-bijdrage
te verhogennaar € 150,- kan echter worden afgeleid dat voor die datum ook al een VVE-bijdrage verschuldigd was en er dus eerder al besluiten zijn genomen over de hoogte van de VVE-bijdrage. [verweerster] heeft tijdens de zitting erkend dat [verzoekster] ook voor de eerder dan 16 januari 2020 gehouden vergaderingen niet is uitgenodigd. Voor zover tijdens die vergaderingen van eigenaars besluiten zijn genomen met betrekking tot vaststelling van de VVE-bijdragen die ten grondslag liggen aan de vordering van [verweerster] in de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261 zullen die besluiten ook worden vernietigd.
4.9.
[verzoekster] verzoekt tot slot ook het door de vergadering van eigenaars op 19 augustus 2022 genomen besluit tot het volgen van de door mr. Van Overeem voorgestelde aanpak van [adres 2] 23 te vernietigen. Volgens [verweerster] is met dat besluit een machtiging aan het bestuur verleend tot het voeren van een procedure tegen [verzoekster]. Ook voor de vergadering van 19 augustus 2022 was [verzoekster] niet opgeroepen. Dat hoefde echter ook niet, omdat [verzoekster] op dat moment geen eigenaar meer was van het pand aan de [adres 2] 23. Bij arrest van 10 maart 2021 had het gerechtshof Amsterdam immers de verbeurdverklaring uitgesproken ten aanzien van het clubhuis van de [verzoekster] aan de [adres 2] 23 te [plaats] en dat arrest is op 5 juli 2022 onherroepelijk geworden door verwerping van het cassatieberoep. Vanaf die datum was de Staat dus eigenaar van het pand en niet [verzoekster]. Van strijd met artikel 32 lid 6 van Pro het Splitsingsreglement is hier dus geen sprake, zodat er geen grond is voor vernietiging van het besluit. Het verzoek tot vernietiging van het op 19 augustus 2022 door de vergadering van eigenaars genomen besluit tot machtiging van het bestuur om een rechtsvordering tegen [verzoekster] in te stellen zal daarom worden afgewezen.
Geen veroordeling in de proceskosten
4.10.
[verzoekster] heeft niet verzocht [verweerster] in de proceskosten te veroordelen. De rechtbank ziet daartoe ook ambtshalve geen aanleiding.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.11.
De rechtbank zal deze beschikking ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
vernietigt de volgende door de vergadering van eigenaars van [verweerster] genomen besluiten:
  • het op 27 mei 2020 genomen besluit tot verhoging van de maandelijkse VVE-bijdrage naar € 150,-,
  • het op 25 november 2020 genomen besluit tot verhoging van de maandelijkse VVE-bijdrage per 1 december 2020 van € 150,- naar € 200,-,
  • de overige besluiten van de vergadering van eigenaars met betrekking tot vaststelling van de VVE-bijdragen die ten grondslag liggen aan de vordering van [verweerster] in de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261,
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023. [1]

Voetnoten

1.Conc.: 977