Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het bij de kantonrechter ingediende verzoekschrift met producties
- de beschikking van de kantonrechter van 5 oktober 2022 waarin de zaak is verwezen naar de rekestenkamer van de rechtbank
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 23 april 2023, waarbij [verzoekster] gebruik heeft gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de brief van mr. Heikens van 26 april 2023 met als bijlagen gegevens ten behoeve van de oproeping van de overige stemgerechtigden.
2.De feiten
II Vergadering van eigenaars
3.Het verzoek
4.De beoordeling
Nietigverklaring besluiten
te verhogennaar € 150,- kan echter worden afgeleid dat voor die datum ook al een VVE-bijdrage verschuldigd was en er dus eerder al besluiten zijn genomen over de hoogte van de VVE-bijdrage. [verweerster] heeft tijdens de zitting erkend dat [verzoekster] ook voor de eerder dan 16 januari 2020 gehouden vergaderingen niet is uitgenodigd. Voor zover tijdens die vergaderingen van eigenaars besluiten zijn genomen met betrekking tot vaststelling van de VVE-bijdragen die ten grondslag liggen aan de vordering van [verweerster] in de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261 zullen die besluiten ook worden vernietigd.
5.De beslissing
- het op 27 mei 2020 genomen besluit tot verhoging van de maandelijkse VVE-bijdrage naar € 150,-,
- het op 25 november 2020 genomen besluit tot verhoging van de maandelijkse VVE-bijdrage per 1 december 2020 van € 150,- naar € 200,-,
- de overige besluiten van de vergadering van eigenaars met betrekking tot vaststelling van de VVE-bijdragen die ten grondslag liggen aan de vordering van [verweerster] in de bodemzaak met zaak-/rolnummer 332796 / HA ZA 22-261,