Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:638

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 januari 2023
Publicatiedatum
31 januari 2023
Zaaknummer
C/15/335531 / FA RK 22-6218
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De officier van justitie verzocht de rechtbank Noord-Holland om voortzetting van een crisismaatregel die op 6 januari 2023 door de burgemeester van Haarlem aan betrokkene was opgelegd. Betrokkene, geboren in 1999, verblijft bij GGZ inGeest en vertoont een ernstige psychotische ontregeling bij een bekende bipolaire 1 stoornis. De rechtbank hield op 12 januari 2023 een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, haar advocaat, familieleden en medisch personeel werden gehoord.

Uit het dossier en de zitting bleek dat er een onmiddellijke dreiging bestaat van ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene was recent onder zorgwekkende omstandigheden opgenomen na urenlang verward over straat te hebben gezworven, waarbij zij zich verzette tegen opname en medicatie. Ondanks enige verbetering is zij onvoldoende hersteld en ontbreekt ziektebesef, waardoor vrijwillige behandeling niet betrouwbaar wordt geacht.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstige nadeel af te wenden. De opgelegde maatregelen omvatten onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en onderzoek. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg, maar de rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met een geldigheidsduur van drie weken vanaf 12 januari 2023.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/335531 / FA RK 22-6218
beschikking van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2023,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende bij GGZ inGeest, locatie [locatie] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. S. Wieberdink, gevestigd te Haarlem.

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 9 januari 2023, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van de gemeente Haarlem op 6 januari 2023 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
  • de medische verklaring van 6 januari 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023, in voornoemde accommodatie.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de moeder van betrokkene;
- drs. C. Engel, psychiater;
- drs. R. Bot, arts;
- Anna, verpleegkundige.
1.4.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.2.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische ontregeling bij bekende bipolaire 1 stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.3.
Door en namens betrokkene is aangevoerd dat zij thuis het beste kan herstellen en dat zij de medicatie op vrijwillige basis zal blijven innemen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.
Betrokkene is in de nacht van 6 op 7 januari opgenomen onder zeer zorgwekkende omstandigheden. Er was sprake van een dermate ernstige ontregeling dat betrokkene ’s nachts urenlang in verwarde toestand over straat heeft gezworven. Toen de politie haar na een zoektocht vond en haar wilde vervoeren naar de crisisdienst verzette betrokkene zich hevig, was zij agressief en wantrouwend en weigerde zij haar medicatie in te nemen.
Hoewel het op dit moment beter gaat met betrokkene, is zij nog onvoldoende hersteld. Ook heeft zij onvoldoende ziektebesef en -inzicht. Volgens betrokkene was zij niet psychotisch maar had zij enkel hoge koorts en was een opname niet nodig. Betrokkene wil naar huis om haar leven weer op te pakken en uiteindelijk de medicatie af te bouwen. Om nieuwe ontregelingen in de toekomst en blijvende schade aan het brein door een onbehandelde psychose te voorkomen is het echter van groot belang dat betrokkene eerst goed stabiliseert en wordt ingesteld op medicatie. Betrokkene is de afgelopen jaren meerdere keren ernstig ontregeld. Er zal dan ook gekeken moeten worden of de huidige behandeling en medicatie nog wel volstaan of dat betrokkene wellicht meer baat heeft bij andere (onderhouds)medicatie. Bij een voortijdige terugkeer naar huis bestaat een reëel risico op een nieuwe ontregeling, bijvoorbeeld door het te snel afbouwen van de medicatie. Gezien het gebrekkige ziektebesef en -inzicht en de sterke hang naar autonomie bij betrokkene, heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat zij de behandeling op vrijwillige basis zal voortzetten. Verplichte zorg is daarom nodig.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van bewegingsvrijheid;
  • het insluiten van betrokkene;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
2.6.
Betrokkene verzet zich tegen voornoemde vormen van verplichte zorg.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
2 februari 2023.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter, in tegenwoordigheid van
T.B.A. Verbeij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2023.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 januari 2023.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.