ECLI:NL:RBNHO:2023:6636

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
14 juli 2023
Zaaknummer
C/15/338442 / HA ZA 23-207
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:234 BWArt. 6:235 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid rechtbank en geldigheid algemene voorwaarden in zakelijke overeenkomst

In deze civiele bodemzaak vordert BGI Afbouw & Stucadoors Volendam B.V. betaling van openstaande facturen van €27.555,93 voor werkzaamheden uitgevoerd voor Zwammerdam Bouw B.V. Zwammerdam betwist de bevoegdheid van de rechtbank Noord-Holland en stelt dat de algemene voorwaarden van BGI niet rechtsgeldig zijn omdat zij niet vooraf ter hand zijn gesteld. Daarnaast beroept zij zich op vernietiging van deze voorwaarden op grond van artikel 6:233 lid Pro b BW.

BGI voert aan dat zij twee sets algemene voorwaarden hanteert, één voor consumenten en één voor zakelijk verkeer, en dat Zwammerdam als professionele partij bekend is met deze voorwaarden vanwege een langdurige samenwerking sinds 2017. De rechtbank oordeelt dat de algemene voorwaarden zakelijk verkeer van toepassing zijn, dat de terhandstelling voldoende is gebleken, mede door de verwijzing naar het depot bij de Kamer van Koophandel en de langdurige relatie tussen partijen.

De rechtbank wijst het beroep op vernietiging af en bevestigt de forumkeuzeclausule in de algemene voorwaarden, waardoor de rechtbank Noord-Holland bevoegd is. Zwammerdam wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden af, Zwammerdam wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338442 / HA ZA 23-207
Vonnis in incident van 19 juli 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BGI AFBOUW & STUCADOORS VOLENDAM B.V.,
statutair gevestigd en kantoor houdende te Volendam, gemeente Edam-Volendam,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. J.C.I. Veerman te Volendam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ZWAMMERDAM BOUW B.V.,
statutair gevestigd te Bodegraven-Reeuwijk en kantoor houdende te Bodegraven,
gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. R.P.L.H. Burger te Rotterdam.
Partijen zullen hierna BGI en Zwammerdam genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met 21 producties
  • de incidentele conclusie vóór alle weren houdende exceptie van relatieve onbevoegdheid met productie
  • de incidentele conclusie van antwoord met 2 producties
  • de akte uitlating producties van de zijde van Zwammerdam.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
BGI vordert in de hoofdzaak betaling van een hoofdsom van € 27.555,93 in verband met openstaande facturen voor door haar in opdracht van Zwammerdam uitgevoerde werkzaamheden.
2.2.
Op de door BGI op verzoek van Zwammerdam uitgebrachte offerte voor die werkzaamheden is onder meer vermeld:
Tenzij in offertes, orderbevestigingen of overeenkomsten anders is vermeld, zijn op al onze werkzaamheden van toepassing de Algemene consumentenvoorwaarden voor het erkend stucadoors- en afbouwbedrijf in Nederland, gedeponeerd door ESA bij de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 5176 en de Algemene voorwaarden zakelijk verkeer voor de afbouwbedrijven gedeponeerd door NOA bij de Kamer van Koophandel onder nummer 7032.
2.3.
Zwammerdam vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voert aan dat BGI voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst geen van de door haar genoemde sets algemene voorwaarden aan Zwammerdam ter hand heeft gesteld of haar op andere wijze in staat heeft gesteld eenvoudig kennis te nemen van de inhoud van de algemene voorwaarden. Zwammerdam stelt dat de algemene voorwaarden om die reden vernietigbaar zijn, verklaart dat zij de algemene voorwaarden bij e-mail van 6 februari 2023 ook buitengerechtelijk heeft vernietigd en dat zij voor zover nodig thans nogmaals de vernietiging inroept van de algemene voorwaarden op grond van artikel 6:233 lid Pro b BW.
Zwammerdam stelt dat omdat de algemene voorwaarden daarom niet gelden in de rechtsverhouding met BGI, niet de rechtbank Noord-Holland maar de rechtbank Den Haag relatief bevoegd is van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
2.4.
Voorts voert Zwammerdam aan dat BGI in haar offerte ook nog naar LSGI-voorwaarden verwijst die evenmin ter hand zijn gesteld en dat uit raadplegen via internetis gebleken dat de Landelijke Stichting Gevel Isolatie (LSGI) begin 2021 is opgeheven. Omdat BGI verwijst naar verschillende sets algemene voorwaarden zonder aan te geven welke van toepassing op de overeenkomst met Zwammerdam, maakt geen van deze sets deel uit van de overeenkomst aldus Zwammerdam (Hoge Raad, 28 november 1997, NJ 998/70.
2.5.
BGI betwist dat de rechtbank Noord-Holland onbevoegd is. Zij voert (samengevat) aan dat dat zij twee sets algemene voorwaarden hanteert: één voor consumenten en één voor zakelijk verkeer zoals Zwammerdam. Verder voert zij aan dat in de offerte niet is verklaard dat de LSGI-voorwaarden van toepassing zijn, maar dat het werk wordt uitgevoerd volgens de LSGI-voorwaarden, welke verwijzing alleen betrekking heeft op de wijze waarop het werk wordt uitgevoerd. Zij betwist verder dat sprake is van een cumulatieve verwijzing en verklaart dat zij met Zwammerdam al sinds 2017 regelmatig heeft samengewerkt onder dezelfde voorwaarden en dat Zwammerdam als professionele partij ermee bekend is dat in handelsrelaties algemene voorwaarden niet ongebruikelijk zijn.
2.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.7.
Het betoog van Zwammerdam dat BGI twee sets algemene voorwaarden hanteert, terwijl niet wordt aangegeven welke van deze sets in dit geval van toepassing zijn, wordt verworpen. Uit de aanduiding van de desbetreffende sets op de offerte volgt ondubbelzinnig dat de ene set van toepassing is in de relatie met consumenten en de andere set in het zakelijk verkeer. Dit wordt vervolgens expliciet benoemd in de artikelen over de werkingssfeer in beide sets algemene voorwaarden.
2.8.
In artikel 19 van Pro de door BGI gebruikte Algemene Voorwaarden Zakelijk Verkeer voor Afbouwbedrijven is onder meer bepaald dat geschillen worden beslecht door de gewone rechter die bevoegd is op grond van de vestigingsplaats van de opdrachtnemer, in dit geval BGI. Omdat BGI is gevestigd in Volendam heeft zij de hoofdzaak aanhangig gemaakt bij de rechtbank Noord-Holland.
2.9.
De eis van terhandstelling waarop Zwammerdam een beroep heeft gedaan, is bedoeld om te waarborgen dat de wederpartij van de gebruiker van de algemene voorwaarden de mogelijkheid wordt geboden om kennis te nemen van de inhoud van de algemene voorwaarden. In artikel 6:234 BW Pro is bepaald dat de gebruiker aan de wederpartij de in 6:233 lid b BW bedoelde mogelijkheid heeft geboden onder meer als hij voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt dat de voorwaarden bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel zijn gedeponeerd, alsmede dat zij op verzoek zullen worden toegezonden. Op haar offerte heeft BGI vermeld dat de algemene voorwaarden zakelijk verkeer voor de afbouwbedrijven gedeponeerd zijn bij de Kamer van Koophandel onder nummer 7032. Weliswaar heeft BGI daarbij niet aangegeven dat de voorwaarden op verzoek zullen worden toegezonden, maar Zwammerdam heeft niet gesteld en ook overigens is niet gebleken dat Zwammerdam om toezending heeft verzocht.
2.10.
Daarbij komt dat niet in geschil is dat tussen partijen vanaf 2017 sprake is van een bestendige samenwerking, waarbij door BGI telkens de algemene voorwaarden voor zakelijk verkeer voor de afbouwbedrijven van toepassing zijn verklaard, zodat Zwammerdam ten tijde van het sluiten van de overeenkomst waarop dit geschil betrekking heeft met de inhoud van de algemene voorwaarden bekend was of geacht kon worden daarmee bekend te zijn. (HR Geurtzen/Kampstaal, HR 1 oktober 1999, NJ 2000/207)
2.11.
Tot slot is Zwammerdam een grote professionele partij en kan zij ook op grond van het bepaalde in artikel 6:235 BW Pro geen beroep doen op vernietiging van de algemene voorwaarden wegens het niet ter hand stellen.
2.12.
Hieruit volgt dat de algemene voorwaarden van BGI van toepassing zijn op de overeenkomst van partijen, dat BGI terecht een beroep doet op de daarin opgenomen forumukeuze en dat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
2.13.
De vordering van Zwammerdam wordt afgewezen en Zwammerdam wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van dit incident, aan de zijde van BGI begroot op € 508,00 aan salaris van de advocaat.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
wijst het gevorderde af;
3.2.
veroordeelt Zwammerdam tot betaling van € 508,00 aan BGI;
in de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de rol van
30 augustus 2023voor conclusie van antwoord;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2023. [1]

Voetnoten

1.type: 1155