ECLI:NL:RBNHO:2023:6702
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging zorgmachtiging wegens onvoldoende onderbouwing noodzaak ECT-behandeling
De officier van justitie verzocht om wijziging van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene, waarbij het toepassen van ECT als verplichte zorg werd overwogen vanwege therapieresistente schizofrenie en depressie.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater, verpleegkundige en coassistenten gehoord. De psychiater stelde dat ECT noodzakelijk is om ernstig psychisch lijden te verminderen en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. De verpleegkundige betwijfelde de noodzaak en wees op het belang van verbetering van de voedingsstatus.
De rechtbank overwoog dat ECT een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegepast indien het ernstig nadeel niet op andere wijze kan worden afgewend. De noodzaak van ECT was onvoldoende onderbouwd, het psychisch lijden onvoldoende concreet gemaakt en minder bezwarende alternatieven zoals sondevoeding en medicatieverhoging nog niet uitgeput.
Gezien de leeftijd van betrokkene, zijn stabiele functioneren zonder ECT en de wens van betrokkene en zijn familie om geen ECT te ondergaan, werd het verzoek afgewezen. De rechtbank gaf aan dat een nieuw verzoek kan worden ingediend indien minder bezwarende alternatieven zijn uitgeput.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging om ECT toe te passen is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak en het niet uitgeput zijn van minder bezwarende alternatieven.