Eisers, bestaande uit een huurder en haar partner, vorderen in kort geding dat gedaagde hen onmiddellijk onbeperkt toegang verleent tot het vakantiepark en dat de opzegging van de huurovereenkomst geen rechtskracht krijgt totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist.
De zaak draait om een toegangsverbod aan de partner van de huurder wegens een incident op het park en een opzegging van de huurovereenkomst door gedaagde op grond van niet-betaling van een betwiste schadefactuur en vermeende overtredingen van de huurovereenkomst. De voorzieningenrechter stelt dat de opzegging niet kan worden gebaseerd op een betwiste factuur en dat de overtredingen uit 2018 en 2020 niet zijn komen vast te staan.
Het incident in maart 2023 waarbij de partner van de huurder zich misdroeg, wordt als onvoldoende ernstig beoordeeld om de opzegging te rechtvaardigen, temeer daar geen waarschuwing is gegeven. Het toegangsverbod maakt de huurovereenkomst feitelijk nutteloos voor eisers, die de woning willen herbouwen en daarvoor de partner nodig hebben.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is, dat de vorderingen waarschijnlijk gegrond zijn en veroordeelt gedaagde om direct onbeperkt toegang te verlenen en voorlopig geen rechten te ontlenen aan de huuropzegging. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.