Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1]
1.Het procesverloop
- het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 5 december 2022;
- het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 22 maart 2023.
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Bangkok naar Parijs en aansluitend naar Amsterdam op 30 september 2022. Door vertraging van de eerste vlucht hebben zij de aansluitende vlucht gemist en kwamen zij met meer dan drie uur vertraging aan op de eindbestemming. De passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk een staking van de Franse luchtverkeersleiding die regulaties oplegde en vertraging veroorzaakte. Ter onderbouwing overlegde de vervoerder een persbericht, een NOTAM en een operationeel logboek, maar gaf onvoldoende toelichting bij de technische gegevens en codes die de vertraging zouden verklaren.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder niet voldoende had aangetoond dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder had niet duidelijk gemaakt hoe de vertraging van de voorgaande vlucht doorwerkte op de vlucht in kwestie. Daarom was de vervoerder gehouden tot compensatiebetaling.
De passagiers kregen een bedrag van € 1.200,00 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van de vertraging. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten en nakosten werden aan de passagiers toegewezen. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze beschikking.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.200,00 compensatie en proceskosten wegens vluchtvertraging zonder bewijs van buitengewone omstandigheden.