ECLI:NL:RBNHO:2023:684
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inhouding buitenlandbijdrage Zvw op AOW-pensioen tot remigratie 2014
Eisers, die van 2008 tot en met maart 2014 in Frankrijk woonden en vanaf 2009 respectievelijk 2011 AOW-pensioen ontvingen, verzochten de SVB om herziening van de inhoudingen van de buitenlandbijdrage Zvw over die periode. Zij stelden dat zij ten onrechte de buitenlandbijdrage hadden betaald omdat zij verplicht verzekerd waren in Frankrijk en zich beriepen op een besluit van het Cvz dat hen niet verdragsgerechtigd achtte.
De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid om te bepalen of iemand verdragsgerechtigd is en daarmee de buitenlandbijdrage verschuldigd is, bij het CAK ligt en niet bij de SVB. De SVB is slechts inhoudingsplichtige en dient de bedragen af te dragen aan het CAK. Eisers hebben geen nieuwe feiten aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat de buitenlandbijdrage een wettelijk geregelde sociale bijdrage is voor de financiering van het Nederlandse zorgstelsel en dat eisers, ondanks hun Franse zorgverzekering, vanaf hun pensionering tot remigratie de bijdrage verschuldigd waren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van de inhoudingen van de buitenlandbijdrage Zvw op het AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard.