Uitspraak
1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het trottoir, een overtreding van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Betrokkene tekende beroep aan tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde dit ongegrond. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting verscheen de vertegenwoordiger van de officier van justitie, maar de gemachtigde van betrokkene was afwezig. De officier van justitie erkende dat de hoorplicht was geschonden, maar stelde dat dit voldoende was gecompenseerd door de mogelijkheid om schriftelijk beroep te voeren. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde voor de overtreding, en dat betrokkene onvoldoende feiten aanvoerde om daaraan te twijfelen.
Hoewel de schending van de hoorplicht werd erkend en de beslissing van de officier van justitie werd vernietigd, werd het beroep tegen de boete zelf ongegrond verklaard. De kantonrechter vond geen aanleiding om de boete te matigen met 25%, mede omdat betrokkene werd bijgestaan door een gemachtigde die gebruik maakte van de mogelijkheid tot schriftelijke toelichting. Verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De boete voor rijden op het trottoir wordt gehandhaafd ondanks de schending van de hoorplicht.