Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.De beoordeling
3.Beslissing
mr. M.S. Lamboo, leden van de verschoningskamer, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Hesselink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De voorzieningenrechter heeft op 20 juli 2023 schriftelijk verzocht zich te mogen verschonen in een lopende zaak tussen een vennootschap onder firma en haar vennoten enerzijds en twee ouders met hun dochters anderzijds. Eerder, op 1 maart 2023, heeft dezelfde voorzieningenrechter in een zaak tussen dezelfde partijen een vonnis gewezen waarin hij de vordering van de dochters afwees, maar wel een suggestie deed over de verdeling van een bedrag.
Na dat vonnis zijn partijen in overleg getreden en stelt de vennootschap onder firma in de hoofdzaak dat een vaststellingsovereenkomst is gesloten. De hoofdzaak betreft een kort geding waarin nakoming van deze overeenkomst wordt gevorderd, naast subsidiaire vorderingen die vergelijkbaar zijn met eerdere rechtsvorderingen. Omdat het eerdere vonnis nog niet onherroepelijk is en in hoger beroep is, acht de voorzieningenrechter het risico op schending van onpartijdigheid aanwezig.
De verschoningskamer concludeert dat het optreden van de voorzieningenrechter in deze situatie de rechterlijke onpartijdigheid kan schaden, mede gezien het feit dat hij mogelijk opnieuw over dezelfde feiten en vorderingen moet oordelen. Daarom wijst de kamer het verzoek tot verschoning toe en beveelt dat de hoofdzaak door een andere rechter wordt behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de voorzieningenrechter wordt toegewezen vanwege mogelijke schending van rechterlijke onpartijdigheid.