Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd waartegen beroep is ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie kende een proceskostenvergoeding toe, maar betrokkene stelde daartegen beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 6 januari 2023 gaf de officier van justitie aan het standpunt niet te handhaven en verzocht om het beroep gegrond te verklaren.
De kern van het geschil betrof de toekenning van de proceskostenvergoeding. Betrokkene stelde dat de officier van justitie ten onrechte had besloten dat er sprake was van samenhang met 62 andere zaken, terwijl de dossiers verschillen in feitcodes, locaties, bewijsstukken en rechtsvragen. De kantonrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat geen sprake was van samenhang.
De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd voor zover deze de proceskostenvergoeding betrof. De kantonrechter bepaalde dat betrokkene een hogere proceskostenvergoeding toekomt, vastgesteld op € 866,25, waarbij rekening is gehouden met een hogere wegingsfactor conform vaste jurisprudentie. De officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten, welke door het CJIB aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending, mits de boete hoger is dan € 70,00.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing over de proceskostenvergoeding wordt gegrond verklaard en een hogere proceskostenvergoeding van € 866,25 toegekend.