ECLI:NL:RBNHO:2023:721

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
2 februari 2023
Zaaknummer
10230314 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van bestuurlijke boete wegens verschoonbare termijnoverschrijding

Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het rijden met een voertuig waarvan de glazen verlichtingsarmaturen of retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldeden. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond dan wel niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, maar dit beroep werd te laat ingediend volgens de wettelijke termijn van zes weken.

Betrokkene gaf aan dat de overschrijding het gevolg was van ziekte (Corona), waardoor hij niet in staat was zijn administratie te regelen. Hoewel betrokkene iemand had kunnen machtigen, had hij dat niet gedaan. De kantonrechter achtte de termijnoverschrijding in deze specifieke situatie verschoonbaar en besloot daarom tot inhoudelijke behandeling.

De officier van justitie stelde ter zitting voor de boete te matigen tot de helft, omdat betrokkene snel actie had ondernomen om het gebrek te herstellen. De kantonrechter volgde dit voorstel en matigde de boete tot € 50,00. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 50,00 wegens verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10230314 \ WM VERZ 22-966
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 20 januari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 januari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als best. van een voertuig rijden, terw. Glazen verlichtingsarmaturen of retrore-flect. Niet aan de gestelde eisen voldoende.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene digitaal ingesteld op zaterdag 22 januari 2022, terwijl dat beroep uiterlijk op 21 januari 2022 ontvangen had moeten zijn. Betrokkene voert aan dat hij vanwege ziekte (Corona) niet in staat was om zijn administratie te doen. Indien betrokkene niet in staat is om zelf iets te regelen of de administratie te verwerken, had betrokkene iemand moeten machtigden of inschakelen om dit te doen. Dit heeft betrokkene niet gedaan. De kantonrechter is echter van oordeel dat, gelet op hetgeen betrokkene ter zitting nader heeft aangevoerd en toegelicht, de termijnoverschrijding in dit specifieke geval verschoonbaar is, zodat aan een inhoudelijke behandeling van de zaak wordt toegekomen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld om de boete te matigen tot de helft, nu gebleken is dat betrokkene snel actie heeft ondernomen om het gebrek te herstellen. De kantonrechter volgt dit voorstel en zal de boete matigen tot € 50,00
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 50,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: