Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd en stelde daartegen beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, die de zaak behandelde op 20 januari 2023. De gemachtigde van betrokkene was niet aanwezig.
De kern van het geschil betrof de proceskostenvergoeding. De officier van justitie had een vergoeding van € 405,75 toegekend, gebaseerd op de onjuiste aanname dat de zaak samenhing met twee andere zaken. De gemachtigde betrokkene voerde aan dat deze samenhang onterecht was vastgesteld.
De officier van justitie erkende deze fout tijdens de zitting en stelde voor het beroep gegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat de zaak inderdaad ten onrechte als samenhangend was beschouwd en vernietigde de eerdere beslissing over de proceskostenvergoeding. De kantonrechter wees een hogere proceskostenvergoeding van € 657,00 toe, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, en bepaalde dat deze door het CJIB aan de gemachtigde van betrokkene wordt uitbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing over de proceskostenvergoeding is gegrond verklaard en een hogere vergoeding van € 657,00 toegekend.