ECLI:NL:RBNHO:2023:7310

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
27 juli 2023
Zaaknummer
C/15/338155 / HA ZA 23-180 (incident)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) Nr. 1215/2012Art. 22 lid 1 Verordening (EU) Nr. 1215/2012Art. 29 CMRArt. 29 lid 2 CMR
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing oproeping in ondervrijwaring wegens onbevoegdheid Nederlandse rechter

In deze incidentprocedure vordert DAP Logistics GmbH de oproeping van haar werknemer Ciurar in ondervrijwaring in een vrijwaringszaak tussen UPS Nederland en DAP. DAP baseert haar vordering op de arbeidsovereenkomst met Ciurar en diens opzettelijke handelen dat schade zou veroorzaken.

De rechtbank beoordeelt haar internationale bevoegdheid aan de hand van Brussel I-bis verordening en stelt vast dat de werknemer woonachtig is in Duitsland. Volgens artikel 22 lid 1 Brussel Pro I-bis is alleen de rechter van de lidstaat waar de werknemer woont bevoegd om vorderingen uit arbeidsovereenkomst te behandelen.

Daarom is de Nederlandse rechter onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot ondervrijwaring tegen Ciurar. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt DAP in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot oproeping in ondervrijwaring af wegens onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/338155 / HA ZA 23-180
Vonnis in incident van 19 juli 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNITED PARCEL SERVICE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. M.R. Koppenol te Amsterdam,
tegen
gesellschaft mit beschrã¤nkter haftung
DAP LOGISTICS GMBH,
gevestigd te Keulen,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. T.J. Wittendorp te Maastricht-Airport.
Partijen zullen hierna UPS en DAP genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding tot oproeping in vrijwaring
  • de akte houdende overlegging producties U-1 t/m U-8 van de zijde van UPS
  • de incidentele conclusie tot voorwaardelijke voeging in de hoofdzaak en tot oproeping in vrijwaring in de vrijwaringszaak met producties 1 t/m 3 van de zijde van DAP
  • de akte referte in het vrijwaringsincident van de zijde van UPS.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident tot oproeping in (onder)vrijwaring.

2.Het geschil in het incident

2.1.
In de bij deze rechtbank aanhangige (hoofd)zaak met zaaknummer C15/333693 / HA ZA 22-675 tussen AIG Europe S.A. (hierna: AIG) enerzijds en UPS anderzijds, vordert AIG bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, UPS te veroordelen tot betaling van € 139.182,78, vermeerderd met 5% CMR-rente en betaling van € 8.196,89, vermeerderd met wettelijke rente, met veroordeling en de kosten van de procedure. AIG heeft daaraan – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd. De verzekerde van AIG heeft UPS ingeschakeld voor het transport van mobiele telefoons en accessoires voor transporten van Groningen naar Keulen. Bij vier transporten zijn totaal 496 mobiele telefoons verdwenen met een totale waarde van € 145.014,78. Op grond het CMR is UPS aansprakelijk voor het handelen van de door haar ingeschakelde ondervervoerder DAP en dier personeel (en eventuele anderen die voor de uitvoering van het transport zijn ingeschakeld). Het verduisteren van de zendingen door de chauffeur vormt opzet, waarvoor UPS onbeperkt aansprakelijk is, aldus nog steeds AIG.
2.2.
Ten aanzien van voornoemd geschil is UPS bij incidenteel vonnis van 25 januari 2023 toegelaten DAP in vrijwaring op te roepen. Dat is vervolgens gebeurd bij voormelde dagvaarding van 13 februari 2023.
2.3.
In dit incident vordert DAP dat haar wordt toegestaan Lucian Marian Victor Ciurar (hierna: Ciurar) in ondervrijwaring op te roepen. DAP heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Tussen DAP en Ciurar bestaat een arbeidsovereenkomst op grond waarvan Ciurar als chauffeur werkzaamheden heeft verricht. Als de door AIG en UPS aangevoerde feiten als vaststaand worden aangenomen, dan staat ontegenzeggelijk vast dat sprake is van opzettelijk handelen door Ciurar. Daarmee heeft Ciurar niet gehandeld zoals van een goed werknemer betaamt. Dit betekent verder dat als DAP op grond van artikel 29 CMR Pro aansprakelijk is, Ciurar dat eveneens is, gelet op het bepaalde in artikel 29 lid 2 CMR Pro. In de onderlinge verhouding tussen DAP en Ciurar maakt het opzettelijke handelen van Ciurar dat Ciurar gehouden is om de door DAP geleden schade te vergoeden. Deze schade staat gelijk aan het bedrag dat DAP aan UPS c.q. AIG dient te voldoen.
2.4.
UPS refereert zich in dit incident aan het oordeel van de rechtbank.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
Een gedaagde in een vrijwaringszaak kan iemand in ondervrijwaring oproepen, indien hij voldoende gemotiveerd stelt krachtens zijn rechtsverhouding tot die derde recht en belang te hebben de nadelige gevolgen van een voor hem ongunstige afloop van – in dit geval – de vrijwaringszaak, geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat zij niet bevoegd is om van de verbintenis uit arbeidsovereenkomst tussen DAP en Ciurar kennis te nemen. Hiervoor is het volgende van belang.
3.3.
DAP is een in Keulen (Duitsland) gevestigde kapitaalvennootschap naar buitenlands recht. Tussen DAP en Ciurar bestaat een arbeidsovereenkomst. Ten tijde van het aangaan van deze arbeidsovereenkomst was Ciurar (werknemer) in Duitsland woonachtig. Dit betekent dat sprake is van een rechtsverhouding met internationale aspecten, zodat de rechtbank moet beoordelen of zij bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen.
3.4.
De rechtbank moet haar internationale bevoegdheid beoordelen aan de hand van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: “Brussel I-bis”) omdat de zaak valt binnen het materieel toepassingsgebied van deze verordening.
3.5.
Afdeling 5 van Brussel I-bis bepaalt de bevoegdheid voor individuele verbintenissen uit arbeidsovereenkomst. In artikel 22 lid 1 Brussel Pro I-bis is bepaald dat de vordering van de werkgever (DAP) slechts kan worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer (Ciurar) woonplaats heeft. Ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst was Ciurar woonachtig in Duitsland. Hoewel DAP niet bekend is met de huidige woon- of verblijfplaats van Ciurar is er ook geen reden om aan te nemen dat Ciurar inmiddels niet meer in Duitsland woont. Dit betekent dat DAP haar vordering jegens Ciurar moet instellen bij de Duitse rechter.
3.6.
Gelet op het voorgaande is de Nederlandse rechter niet bevoegd om van de vordering die DAP uit hoofde van de arbeidsovereenkomst tegen Ciurar wil instellen kennis te nemen. De vordering tot oproeping in ondervrijwaring zal daarom worden afgewezen.
3.7.
DAP zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident tot oproeping in ondervrijwaring
4.1.
wijst het gevorderde af,
4.2.
veroordeelt DAP in de kosten van het incident, aan de zijde van UPS tot op heden begroot op € 598,00,
in de hoofdzaak (zijnde de vrijwaringszaak tussen UPS en DAP)
4.3.
verwijst de zaak naar de rol van
30 augustus 2023voor conclusie van antwoord aan de zijde van DAP.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2023. [1]

Voetnoten

1.type: 1589.