Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
aanmerkelijkonvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De rechtbank ziet geen grond om vast te stellen dat de verdachte
zeeronvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, de zwaardere schuldvariant waar de officier van justitie vanuit is gegaan.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit:
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
8.Vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
4 (vier) MAANDEN.
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.