ECLI:NL:RBNHO:2023:7464

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
10521058 \ WM VERZ 23-342
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard wegens te laat indienen tegen boete vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Betrokkene ging vervolgens in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 4 juli 2023 was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, maar betrokkene zelf verscheen niet. De kantonrechter overwoog dat het beroepschrift te laat was ingediend, omdat het op 23 september 2022 was ontvangen terwijl het uiterlijk op 20 september 2022 had moeten zijn ingediend.

Er was geen leesbaar poststempel om tijdige verzending aan te tonen en het beroepschrift was ook niet binnen twee werkdagen na het verstrijken van de termijn ontvangen. Hierdoor lag het risico van te late indiening bij betrokkene. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het beroep bij de officier van justitie.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10521058 \ WM VERZ 23-342
CJIB-nummer : 251301716
Uitspraakdatum : 4 juli 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 23 september 2022 (poststempel), terwijl dat beroep uiterlijk op 20 september 2022 ontvangen had moeten zijn.
Vanwege het ontbreken van een datumstempel kan niet worden vastgesteld of het beroepschrift binnen de beroepstermijn ter post is bezorgd. In een geval als het onderhavige, waarin geen (leesbaar) poststempel op de enveloppe is geplaatst, moet worden aangenomen dat het beroepschrift tijdig ter post is bezorgd indien het op de eerste of tweede werkdag na het einde van de beroepstermijn is ontvangen, tenzij het tegendeel komt vast te staan [1] . Het ontbreken van het bewijs dat het beroepschrift tijdig is gepost komt in dit geval voor risico van de betrokkene omdat het beroepschrift later dan de tweede werkdag na het einde van de beroepstermijn bij het CVOM is ontvangen. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is niet tijdig ingesteld.
De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene bij de officier dus terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:

Voetnoten

1.vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 17 augustus 2011, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:RVS:2011: BR5196.