De klager is op 26 maart 2023 betrapt op een ernstige snelheidsovertreding van 72 km per uur boven de toegestane 70 km/u binnen de bebouwde kom in Velserbroek. Naar aanleiding hiervan is zijn rijbewijs ingevorderd en voor acht maanden in beslag genomen. De klager diende een klaagschrift in tegen deze inhouding, stellende dat hij als alleenstaande vader met een ernstig getraumatiseerde dochter afhankelijk is van zijn rijbewijs voor het vervoer naar noodzakelijke (trauma)behandelingen en dagelijkse zorg.
De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid om het klaagschrift te behandelen, ondanks dat de strafzaak bij de rechtbank Amsterdam wordt behandeld. Gelet op het tijdstip van ontvangst en oproeping tot behandeling van het klaagschrift, werd geoordeeld dat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de inhouding van het rijbewijs rechtmatig is. Het strafblad van de klager toont meerdere eerdere snelheidsovertredingen, wat het risico op herhaling verhoogt. De rechtbank weegt het algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder dan het persoonlijke belang van de klager, ondanks de begrijpelijke omstandigheden rondom zijn dochter.
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en wijst erop dat bij de strafzaak mogelijk een onvoorwaardelijke rijontzegging zal worden opgelegd. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.