ECLI:NL:RBNHO:2023:763

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 januari 2023
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
C/15/335588 / FA RK 23-88
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een dementieel syndroom. De aanvraag werd ondersteund door medische verklaringen en een indicatiebesluit.

Tijdens de zitting op het huisadres van betrokkene werden betrokkene, zijn echtgenote, zoon, een klinisch geriater en casemanager gehoord. Uit de stukken en het verhandelde bleek dat betrokkene een ernstig risico loopt op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

De opname en het verblijf in een verpleeghuis zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Betrokkene verzet zich tegen opname, wat blijkt uit zijn gedrag en verklaringen. De geriater lichtte toe dat medicatie wordt toegediend om onrust te verminderen.

Gelet op deze omstandigheden voldoet de zaak aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging. De rechtbank verleent de machtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 19 juli 2023.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden aan betrokkene met dementieel syndroom.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
zaak-/rekestnr.: C/15/335588 / FA RK 23-88
beschikking van de rechtbank van 19 januari 2023,
naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M. Wagemaker te Westwoud.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift ingekomen ter griffie op 10 januari 2023 heeft het CIZ verzocht om afgifte van een rechterlijke machtiging ten aanzien van betrokkene voor de duur van zes maanden.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit van 3 januari 2023;
- de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door drs. M.J. Kooij, specialist ouderengeneeskunde, van 21 december 2022;
- de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 27 december 2022;
- een verklaring (met bijlagen) van de zorgaanbieder Geriant (met bijlagen) van 19 december 2022.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2023, op het huisadres van betrokkene.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam echtgenote] , echtgenote van betrokkene;
- [naam zoon] , (stief)zoon van betrokkene;
- drs. S. Wittenberg, klinisch geriater;
- M.A. Hanemeijer, casemanager.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een dementieel syndroom.
2.2.
Dit leidt tot ernstig nadeel, te weten het bestaan van het aanzienlijk risico op:
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • maatschappelijke teloorgang.
2.3.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.4.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene heeft dat meerdere keren aangegeven bij zijn echtgenote, zijn kinderen en behandelaars. Ook heeft betrokkene hiervan blijk gegeven tijdens het medisch onderzoek. Ter zitting maakte betrokkene een gesedeerde indruk en was het voeren van een gesprek met hem nauwelijks mogelijk. De geriater heeft uitgelegd dat rustgevende medicatie wordt toegediend om de onrust bij betrokkene weg te nemen en de thuissituatie nog enigszins hanteerbaar te houden, voor zowel betrokkene zelf maar ook zeker voor zijn echtgenote. Ter zitting is betrokkene meerdere keren opgestaan, weggelopen naar de voordeur en zijn jas gaan aandoen en weer teruggehaald, met name als zijn opname in het verpleeghuis ter sprake kwam. In dit verband heeft de geriater aangegeven dat bij toediening van een lagere dosis van de voorgeschreven medicatie de onrust en agitatie weer zal terugkeren, hetgeen recentelijk ook is geschied en het verzet (weglopen uit de situatie omdat het bedreigend voelt) dan duidelijk zichtbaar is.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt dus tot en met 19 juli 2023.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats] ;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk
19 juli 2023.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.C.R.W. VerLoren van Themaat-van der Hoeven, rechter, in tegenwoordigheid van T.B.A. Verbeij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2023.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 januari 2023.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.