De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het opzettelijk invoeren, verspreiden en voorbereiden van handel in grote hoeveelheden cocaïne, waaronder 31 kilogram in maart-april 2020 en 162 kilogram in mei 2020. Tevens werd hem ten laste gelegd voorbereidingshandelingen zoals het voeren van gesprekken over de aanschaf van een boot en het vervoer van cocaïne vanuit Zuid-Amerika naar Europa.
Procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte leidden tot een voorstel voor een gevangenisstraf van 56 maanden en een schikking van ruim €560.000,- aan de Staat. De rechtbank toetste deze afspraken aan de wettelijke vereisten en achtte ze passend gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden van de verdachte.
Het bewijs bestond uit verklaringen, onder meer over het gebruik van cryptotelefoons met SKY-applicatie, en het voeren van gesprekken over drugstransporten. De rechtbank verklaarde de ten laste gelegde feiten bewezen en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. De straf werd opgelegd met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De rechtbank motiveerde de straf met het ernstige karakter van de drugshandel, de gezondheidsrisico’s, de maatschappelijke impact en de organiserende rol van de verdachte. De straf is lager dan de maximaal mogelijke straf, mede door de procesafspraken en betaling van een aanzienlijk bedrag aan de Staat.