ECLI:NL:RBNHO:2023:7840
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken ontvankelijkheid in fiscale navorderingsaanslagzaak
Verweerder heeft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen opgelegd aan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) van verzoekster voor de jaren 2017 en 2018. Verzoekster, een B.V. die werkzaamheden verricht via haar DGA, heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen deze aanslagen.
De kern van het geschil betreft de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en een derde partij, de [bedrijf]. Tevens speelt een strafrechtelijk conservatoir derdenbeslag op een bankrekening die door verzoekster wordt gebruikt, waardoor zij niet over haar bankrekening kan beschikken. Verzoekster stelt hierdoor ernstig in haar bedrijfsvoering te worden beperkt en wenst opheffing van het beslag.
De voorzieningenrechter oordeelt echter dat verzoekster niet als indiener van het bezwaarschrift of als belanghebbende met recht op administratief beroep kan worden aangemerkt. Hierdoor ontbreekt de ontvankelijkheid van het verzoek om voorlopige voorziening. Het juiste middel om op te komen tegen het beslag is het indienen van een klaagschrift bij het Openbaar Ministerie. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ontvankelijkheid.