Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
Ten onrechte verstek verleend
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hebben een vordering ingesteld tegen de vervoerder Delta Air Lines wegens restitutie van vliegtickets en compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, vanwege een vermeende annulering of schemawijziging van hun vlucht van Amsterdam via Boston naar Miami op 16 oktober 2020.
In een tussenvonnis werd aanvankelijk verstek verleend tegen de vervoerder, maar later bleek dat deze zich tijdig had gesteld, waardoor het verstek ten onrechte was verleend. De passagiers wijzigden hun eis meerdere malen, waarbij compensatie werd toegevoegd. De vervoerder betwistte de vordering en stelde dat geen sprake was van een annulering in de zin van de Verordening, mede omdat de reservering door de reisagent was geannuleerd en de vlucht feitelijk was uitgevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat de eiswijziging toelaatbaar was en dat de vorderingen tijdig waren ingesteld. Echter, omdat de passagiers onvoldoende hadden gesteld en bewezen dat sprake was van een bevestigde boeking en annulering, werd hun vordering afgewezen. De proceskosten werden aan de passagiers opgelegd.
Uitkomst: De vordering van de passagiers wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van annulering in de zin van de Verordening.