ECLI:NL:RBNHO:2023:8127

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
18 augustus 2023
Zaaknummer
10379643 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Wet Aansprakelijkheidsverzekering MotorrijtuigenArt. 9 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 14 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor niet-verzekerde bromfiets wegens schending hoorplicht

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets. Betrokkene stelde dat het voertuig wel verzekerd was tijdens de controle en verzocht om matiging van de boete omdat hij niet door de officier van justitie was gehoord.

De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht inderdaad was geschonden, wat leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en een compensatie in de vorm van een boetematiging van 25%. De rechtbank vond echter dat het verweer dat het voertuig verzekerd was niet voldoende was onderbouwd.

De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep werd verder ongegrond verklaard. De boete werd gematigd tot €277,50. Daarnaast werden de proceskosten van betrokkene deels toegewezen en vergoed door de officier van justitie. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter D.D.M. Hazeu op 26 mei 2023.

Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets wordt met 25% gematigd vanwege schending van de hoorplicht, maar het beroep wordt verder ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10379643 \ WM VERZ 23-155
CJIB-nummer : 245346807
Uitspraakdatum : 26 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Appjection B.V. (N.R. Langeveld)

1.Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
1.3.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene wordt aangevoerd dat het voertuig wel degelijk verzekerd was ten tijde van de registercontrole. Tevens voert gemachtigde van betrokkene aan dat er een matiging moet plaatsvinden van 25 procent omdat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat de hoorplicht inderdaad is geschonden. Dit leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, maar niet tot matiging van 25 procent, zoals gemachtigde aangeeft. Voor het overige heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
De beoordeling van het verweer met betrekking tot de hoorplicht
De kantonrechter stelt vast dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. Betrokkene moet voor deze schending worden gecompenseerd. Onder verwijzing van het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden [1] , zal de kantonrechter het bedrag van de administratieve sanctie matigen met 25 procent. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd. De kantonrechter dient vervolgens te beoordelen of de inleidende beschikking in stand kan blijven.
2.5.
De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd
De boete is opgelegd wegens het handelen in strijd met artikel 30 van Pro de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. De kentekenhouder of bestuurder is verantwoordelijk om de vereiste verzekeringen af te sluiten dan wel in stand te houden. De verzekeringsplicht kan door de kentekenhouder slechts worden opgeheven door het motorrijtuig te schorsen. Dat het voertuig ten tijde van de controle was verzekerd is door gemachtigde van betrokkene op geen enkele wijze onderbouwd (met bijvoorbeeld een 34-WAM-verklaring), zodat de kantonrechter aan dit verweer voorbij gaat. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen namens betrokkene is aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.6.
Proceskosten
Nu het bedrag van de sanctie wordt gematigd, wordt de betrokkene in het gelijkgesteld [2] en komen de proceskosten voor de kantonfase voor vergoeding in aanmerking. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 837,00 (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 837,00).
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de inleidende beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 277,50 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 418,50 en wijst de Staat aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het voornoemd bedrag aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:

Voetnoten

1.Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
2.Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2020:3336.